Naar hoofdinhoud
1.. Het college kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe. 2.. Het college kent de vaste tegemoetkoming over de jaren 2025, 2026 en/of 2027 ambtshalve toe aan het huishouden, indien: het huishouden voor: 2025, 2026 en/of 2027 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen; voor 2025, 2026 en 2027 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet; op basis van de bij het college bekende gegevens over het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming; er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten; en de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente. 3.. De inwoner/aanvrager dient de volgende gegevens te overleggen: op basis van de ontvangen BSN-lijst van de Belastingdienst: een kopie van een bankpas of recent bankafschrift met daarop het rekeningnummer en de tenaamstelling. op basis van over het vorige kalenderjaar toegekende bijzondere bijstand- of tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek: een verklaring waaruit blijkt dat er zich in de periode tussen de vorige toekenning en heden geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de gezins- en/of financiële omstandigheden van het huishouden.

Rechtspraak bij dit artikel