Naar hoofdinhoud
Het college verleent medewerking aan een aanvraag voor een BOPA voor pré-mantelzorgwoning indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: Er is sprake van een progressiefziektebeeld, of de verwachting bestaat dat binnen 10 jaar sprake is van een mantel-zorgsituatie. In beide gevallen is een positieve verklaring van MEE Mantelzorg, of diens rechtsopvolger, vereist; of De gebruiker of de partner hebben de leeftijd van 70 jaar bereikt; Er is sprake van een familiaire of sociale verwantschap tussen de toekomstige gebruiker(s) van de pré-mantelzorgwoning en de bewoners van het hoofdpand; De pré-mantelzorgwoning wordt door één huishouden met maximaal twee personen bewoond; Een pré-mantelzorgwoning wordt via aanpassing van een bestaand (bij)gebouw of via het tijdelijk toevoegen van nieuwbouw al dan niet in de vorm van een woonunit gerealiseerd; Er is sprake van maximaal één (pré-)mantelzorgwoning bij of in het hoofdgebouw met woonfunctie; De pré-mantelzorgwoning (maximaal 2 bewoners) wordt door de zorgontvanger of zorgverlener bewoond en de zorgverlener of zorgontvanger woont in het hoofdgebouw met woonfunctie; De pré-mantelzorgwoning: heeft buiten de bebouwde kom een maximaal bebouwd oppervlakte van 100 m² als een tijdelijk bouwwerk in het achtererfgebied; voldoet binnen de bebouwde kom aan de maximale bebouwingspercentages zoals opgenomen in het omgevingsplan voor de betreffende locatie; wordt gerealiseerd middels geconcentreerd en geclusterd bouwen, waarbij de afstand tot het hoofdgebouw minder dan 25 meter bedraagt. Daarnaast moet de woning stedenbouwkundig worden getoetst; is verplaatsbaar, tenzij in bestaande bebouwing gerealiseerd of in een gebouw dat nog kan worden gebouwd op basis van de bouwmogelijkheden van het omgevingsplan; wordt volgens de erfbebouwingsmogelijkheden in het omgevingsplan gebouwd, waarbij in specifieke gevallen hiervan kan worden afgeweken, zoals bij gebruik van bestaande bebouwing of kleine percelen; kan gebruikt worden door minder validen; bevat geen balkon of dakterras; heeft de woonfunctie op de begane grond, met de mogelijkheid voor opslag; voldoet aan de technische bouwregels voor een mantelzorgwoning in het Bbl. De aanvrager voert een omgevingsdialoog met de buren en doet hiervan verslag bij de omgevingsvergunningaanvraag; De bewoners staan op het adres van de pré-mantelzorgwoning ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Daarnaast krijgt de pré-mantelzorgwoning een eigen huisnummer met een specifieke aanduiding voor mantelzorg-woningen, toegekend vanuit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). De initiatiefnemer van de mantel-zorgwoning vraagt dit aan; De plaatsing en het gebruik van de pré-mantelzorgwoning hebben geen onevenredige negatieve gevolgen voor de (directe) omgeving. Dit betekent dat de woonsituatie niet verslechtert, de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken behouden blijven, en er geen onevenredige effecten optreden op het gebied van milieu-hygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid. Daarnaast veroorzaakt de plaatsing geen verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid; De pré-mantelzorgwoning voldoet aan de parkeernorm van 0,6 parkeerplaats per woning bovenop de standaardnorm voor woningen. De initiatiefnemer toont aan dat deze extra parkeerbehoefte volledig op eigen terrein wordt opgevangen.

Rechtspraak bij dit artikel