De gemeente gaat meteen over tot verrekening van de vordering met een eventueel bijstandsuitkering, een uitkering op basis van de IOAW of IOAZ, een uitkering op basis van de Bbz 2004, een uitkering verstrekt door de Sociale verzekeringsbank of een uitkering verstrekt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (artikel 60, vierde lid en artikel 60a van de Participatiewet, artikel 28, tweede en vierde lid van de IOAW/IOAZ). Dit geldt ondanks de betalingstermijn die genoemd staat in artikel 9.
Voor verrekenen gelden de volgende regels
Er wordt niet verrekend als de inwoner genoeg middelen heeft om de vordering in één keer te betalen;
De inwoner wordt op de hoogte gebracht als een terugvordering verrekend wordt. Hierbij wordt ook de hoogte van het bedrag dat verrekend wordt benoemd (artikel 4:93 lid 2 Awb);
De inwoner mag door verrekening niet een inkomen hebben dat lager is dan de voor hem of haar geldende beslagvrije voet (artikel 4:93 lid 4 Awb).
Als uitstel van betaling is verleend staat dit verrekening niet in de weg (artikel 4:93 lid 5 Awb);
De gemeente is verplicht eerdere boetes te verrekenen. Hieronder valt niet alleen de meest recente boete maar ook eerdere boetes. Dit staat in artikel 60 lid 4 van de Participatiewet.
Bij verrekening met een lopende uitkering vindt er in beginsel geen maandelijkse verrekening plaats. Het vakantiegeld van de inwoner wordt gebruikt om jaarlijks te verrekenen met de openstaande vordering. Als de uitkering gedurende het jaar wordt beëindigd dan wordt bij beëindiging van de uitkering het opgebouwde vakantiegeld verrekend met de openstaande vordering.
De gemeente kan vorderingen verrekenen met een vordering die de inwoner op de gemeente heeft.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 10
Verrekening
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004)