**1..** Als de uitkering van de inwoner beëindigt of ingetrokken wordt, dan betaalt de inwoner de eerste zes maanden nog het maandelijkse bedrag dat tijdens de uitkering ook maandelijks werd afgelost. Deze zes maanden starten vanaf de verzenddatum van het beëindigings- of intrekkingsbesluit.
**2..** Na afloop van de zes maanden wordt de aflossing opnieuw bepaalt. De aflossingscapaciteit wordt dan bepaald op 5% van de uitkeringsnorm die van toepassing zou zijn inclusief vakantiegeld. Als het inkomen inclusief vakantiegeld hoger is dan de van toepassing zijnde uitkeringsnorm inclusief vakantiegeld, dan wordt de aflossingscapaciteit verhoogt met 35% van het bedrag waarmee het inkomen inclusief vakantiegeld boven de uitkeringsnorm inclusief vakantiegeld uitkomt. De aflossingscapaciteit is nooit meer dan het bedrag dat volgens de wet in aanmerking zou komen voor beslag (zoals bepaalt in artikel 475d tot en met 475dc van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
**3..** Als een inwoner tijdens het nemen van een terugvorderingsbesluit een ander inkomen heeft dan een uitkering op basis van de Participatiewet, IOAW of IOAZ, dan wordt de aflossingscapaciteit vastgesteld op 5% van de uitkeringsnorm die van toepassing zou zijn, inclusief vakantiegeld. Dit bedrag wordt verhoogt met 35% van het bedrag waarmee het inkomen inclusief vakantiegeld boven de uitkeringsnorm inclusief vakantiegeld uitkomt. De aflossingscapaciteit is nooit meer dan het bedrag dat volgens de wet in aanmerking zou komen voor beslag (zoals bepaalt in artikel 475d tot en met 475dc van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
**4..** Wanneer de terugvordering het gevolg is van een schending van de inlichtingenplicht wordt het percentage uit het tweede en derde lid verhoogd tot 50%. De aflossingscapaciteit is niet meer dan het bedrag dat volgens de wet in aanmerking zou komen voor beslag (zoals bepaalt in artikel 475d tot en met 475dc van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
**5..** Er wordt ingestemd met een betalingsvoorstel van de inwoner wanneer de vordering binnen 24 maanden kan worden afgelost en de voorgestelde aflossing minimaal €25,- per maand is.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 13
Bepalen van de duur en de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij uitstroom uit de uitkering en voor inwoners die geen uitkering van de gemeente ontvangen
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004)