**1..** De gemeente past een uitkering op korte termijn (binnen 6 maanden) aan na ontvangst van een signaal van de inwoner. Uit het signaal van de inwoner blijkt dat de uitkering verlaagd of gestopt moet worden. Als de gemeente dit niet heeft gedaan, wordt de uitkering die na die 6 maanden wordt verstrekt niet teruggevorderd.
**2..** De inwoner betaalt alleen het te veel ontvangen bedrag terug. Als blijkt dat een inwoner tijdens de uitkering eigen middelen had en dat niet tijdig heeft vermeld, betaalt de inwoner alleen het te veel ontvangen bedrag terug. Dit betekent dat de inwoner alleen dat deel van de uitkering terugbetaalt dat de inwoner niet had gekregen als de inwoner de eigen middelen tijdig had gemeld.
**3..** Het college ziet af van het in rekening brengen van extra kosten (brutering) als; de gemeente een inwoner te laat heeft geïnformeerd en de inwoner de inlichtingenplicht niet heeft geschonden. De inwoner heeft de terugvordering hierdoor niet binnen het kalenderjaar kunnen terugbetalen. Ook wanneer wel sprake is van een schending van de inlichtingenplicht wordt de handelswijze van de gemeente meegewogen bij het besluit een vordering wel of niet te bruteren.
**4..** Wanneer een inwoner de inlichtingenplicht niet heeft geschonden dan past de gemeente bij het nemen van een terugvorderingsbesluit het evenredigheidsbeginsel toe. Dit betekent dat de gemeente beoordeelt of de nadelige gevolgen voor de inwoner in verhouding staan tot de met het terugvorderen te dienen doel. Het doel van terugvorderen is de goede besteding van gemeenschapsgeld.
Hoofdstuk 1
Artikel 3
Uitzonderingen door uitspraken van de rechter
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004)