Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 8

Geheel of gedeeltelijk afzien van invordering bij schulden

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004)

1.. De gemeente werkt onder bepaalde voorwaarden mee aan een schuldregeling. Rekening houdend met artikel 18a, lid 13 en 60c van de Participatiewet en artikel 20a, lid 12 en 29a van de IOAW/IOAZ, werkt de gemeente mee aan een schuldregeling als: De gemeente verwacht dat de inwoner zijn schulden niet kan aflossen; en Zonder de medewerking van de gemeente komt een schuldregeling niet tot stand; en De vordering van de gemeente volgens tenminste dezelfde verdeelsleutel wordt betaald als de andere preferente schuldeisers. 2.. De gemeente werkt niet mee aan een schuldregeling als: De vordering het gevolg is van verkeerde informatie die opzettelijk door de inwoner is gegeven of waaraan de inwoner opzet of grove schuld heeft, zoals in artikel 2a boetebesluit sociale zekerheidswetten. De vordering van de gemeente betrekking heeft op bijstand die in de vorm van een lening is verstrekt, omdat de inwoner zich te weinig bewust is geweest van zijn eigen verantwoordelijkheid om zelf in zijn levensonderhoud te voorzien (artikel 48, tweede lid, aanhef en onder b, van de Participatiewet); of De vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een goed of goederen, tenzij de vordering niet volledig op die goederen verhaald kan worden. 3.. De gemeente trekt het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling in als: Niet binnen twaalf maanden nadat het besluit is genomen een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen genoemd in het eerste lid. De inwoner de aan de schuldregeling verbonden verplichtingen niet nakomt en de gemeente de inwoner hier al eerder op gewezen heeft; of als De inwoner verkeerde informatie heeft gegeven en de gemeente niet meegewerkt zo hebben als de inwoner op tijd de juiste informatie had gegeven. 4.. Het besluit tot kwijtschelding, bedoeld in artikel 18a lid 13 Participatiewet of artikel 20a lid 12 IOAW/IOAZ, wordt ingetrokken, of ten nadele van degene aan wie die bestuurlijke boete is opgelegd herzien, indien binnen 5 jaar na het besluit tot kwijtschelding wederom een overtreding wegens eenzelfde gedraging is begaan (artikel 18a lid 14, Artikel 20a lid 13 IOAW/IOAZ).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel