Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 5.

Criteria individuele voorzieningen

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Het Hogeland 2025

Een jeugdige komt in aanmerking voor een individuele voorziening wanneer: het college van oordeel is dat de jeugdige of ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen; de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn gebruikmaking van een overige voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopste adequate en tijdig beschikbare voorziening. Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken: als op het moment van de aanvraag, de voorziening nog loopt nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en; voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. De voorziening als bedoeld in lid 3 kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag. Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste en derde lid.

Rechtspraak bij dit artikel