De commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) omschrijft het begrip fraude als volgt: “Opzettelijke handelingen door één of meerdere personen binnen de gemeente, waarbij gebruik wordt gemaakt van misleiding om een onrechtmatig of onwettig voordeel te behalen”. In tegenstelling tot het onderwerp Misbruik & Oneigenlijk gebruik, is fraude geen criterium voor rechtmatigheid. Het onderdeel fraude is gekoppeld aan het beleid voor misbruik en oneigenlijk gebruik en is daarom eveneens opgenomen het controletraject van de auditor van misbruik en oneigenlijk gebruik (4.1.3.).
In het kader van de verantwoording worden de volgende stappen ondernomen:
Toetsing naar opzet, bestaan en werking van beheersmaatregelen is een onderdeel van de uit te voeren Verbijzonderde Interne Controles (VIC’s).
In de begroting wordt in de paragraaf ‘Bedrijfsvoering’ informatie opgenomen over de beleidsnotitie fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik;
In de jaarrekening wordt in de paragraaf ‘Bedrijfsvoering’ gerapporteerd over de voortgang en conclusies van de beleidsnotitie fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik;
Bij het opstellen van procesbeschrijvingen, in het kader van de administratieve organisatie (AO/IB), wordt rekening gehouden met de meest recente risicoanalyse en beheersmaatregelen;
Bij de jaarlijkse evaluatiesessies wordt de beleidsnotitie fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik aan de orde gesteld zodat er kan worden gereflecteerd.