Naar hoofdinhoud
Toezicht kan worden onderscheiden in actief en passief toezicht. Actief toezicht vindt planmatig plaats (routinematig of projectmatig). Passief toezicht vindt plaats naar aanleiding van klachten, meldingen, calamiteiten of verzoeken om handhaving. Het toezicht richt zich op vijf doelgroepen: de commerciële horecabedrijven; de paracommerciële horecabedrijven; de detailhandel; de minderjarigen; de (potentiële) meerderjarige die aan de minderjarige doorverstrekt. Om effectief toezicht te houden, is het nodig om verschillende vormen van toezicht te hanteren. Differentiatie en combinatie kan worden bepaald op grond van kenmerken en handhavingshistorie. Controlebezoeken kunnen aangekondigd of onaangekondigd plaatsvinden. De onderstaande vormen van toezicht kunnen worden toegepast. Per toezichtmethode is aangegeven of deze het meest geschikt zijn voor locatiegericht (gerichte inspecties van vooraf bekende locaties) of gebiedsgericht (toezicht in een bepaald gebied) toezicht. Routinematig (locatiegericht) Systematische controles die periodiek plaatsvinden Volledig Integrale controle van alle aspecten tot op detailniveau Selectief Controle van specifieke thema’s of aspecten Steekproefsgewijs Controle aan de hand van steekproeven Tijdelijke activiteiten Toezicht op activiteiten met een tijdelijk karakter (evenementen) Selectief Controle van specifieke thema’s of aspecten Marginaal Visuele inspecties, vluchtige beoordeling op het oog Steekproefsgewijs Controle aan de hand van steekproeven Projectmatig (gebiedsgericht) Toezicht dat zich richt op een specifiek thema, branche of gebied en een projectmatige aanpak vergt. De basis voor de keuze van een projectmatige aanpak kan liggen in regionale thema’s, zaken die in een bepaald gebied of binnen een bepaalde branche spelen Surveillance (gebiedsgericht) Gebiedsgericht toezicht op direct opvallende zaken tijdens een algemene toezichtronde De controlefrequentie van het routinematige toezicht verschilt per bedrijf. Bedrijven met een hoger risico (kans op overtredingen en nadelige gevolgen) kunnen in beginsel vaker worden gecontroleerd. Daarmee kan de beschikbare capaciteit zo effectief mogelijk worden ingezet. De controlefrequentie wordt bepaald aan de hand van: kans op negatieve effecten (permanent risico, beperkt risico en nagenoeg geen risico); naleefgedrag (koploper, middenmoter, achterblijver).

Rechtspraak bij dit artikel