Naar hoofdinhoud

Artikel 4.3.

Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp 2025 gemeente Tytsjerksteradiel

1.. Het gebiedsteam vergaart voldoende kennis over de voor het nemen van een besluit over jeugdhulp van belang zijnde feiten en af te wegen belangen. Het gebiedsteam onderzoekt in samenspraak met de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger: Wat de hulpvraag van de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) is. Of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn. Welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren. Of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk of andere instellingen die ondersteuning bieden toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. Voor de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen wordt een afweging gemaakt tussen bijvoorbeeld de behoefte en de mogelijkheden van de jeugdige, de voor hem benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan, de mogelijkheden, de draagkracht en de draaglast van zijn ouders, de samenstelling van het gezin en de woonsituatie en het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen. Toepassing van dit lid kan ertoe leiden dat er wel (gebruikelijke of bovengebruikelijke) of geen hulp wordt verstrekt. Voor zover het onderzoek naar de nodige hulp, dan wel jeugdhulp specifieke deskundigheid vereist zal een specifiek deskundig oordeel en advies niet mogen ontbreken. De jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) zijn verplicht aan het onderzoek mee te werken. 2.. Als de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het gebiedsteam dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 3.. Het gebiedsteam maakt bij zijn beoordeling zoveel mogelijk gebruik van relevante beoordelingsinstrumenten. Die zijn helpend en richtinggevend. In ieder geval wordt het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) toegepast bij de beoordeling van hulpvragen, inclusief hulpvragen die voortkomen uit medische verwijzingen. 4.. Het gebiedsteam informeert de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure . 5.. Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb. De jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze. 6.. Indien de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) bij herhaling hebben aangegeven geen medewerking te willen verlenen aan (een deel van) het onderzoek én zonder dit onderzoek de toegankelijkheid en passendheid van ondersteuning in de vorm van een individuele voorziening niet kan worden vastgesteld, dan kan (deels) negatief op de aanvraag worden besloten. 7.. Het gebiedsteam kan in overleg met de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) afzien van een gesprek. 8.. Gegevens die tijdens het onderzoek worden verzameld, worden uitsluitend gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt, conform de AVG. De toestemming voor gegevensverwerking wordt expliciet vastgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel