Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.5.

Beëindiging leefgeld

Onderdeel van BELEIDSREGELS REGELING OPVANG ONTHEEMDEN OEKRAINE GEMEENTE EEMSDELTA

De verstrekking van het leefgeld wordt beëindigd indien de ontheemde: inkomsten uit arbeid in loondienst of als zelfstandige in Nederland of in een ander land heeft of een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt die hoger is dan voor de ontheemde geldende leefgeld norm; gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van of namens het college om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling; inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt; geen gebruik meer maakt van opvang omdat in opvang (of onderdak) elders is voorzien; de opvang definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvang is verschenen zonder het college hiervan op de hoogte te stellen; ernstig inbreuk maakt op de verplichtingen, genoemd in artikel 6, derde lid van de Regeling; een ernstige vorm van geweld pleegt jegens medebewoners die in dezelfde opvangvoorziening verblijven of personen die werkzaam zijn in de voorziening of aan anderen. Indien de in het eerste lid bedoelde ontheemde meerderjarig is en deel uitmaakt van een gezin, dan eindigt de verstrekking van het leefgeld van het gehele gezin. Inden een minderjarig kind inkomsten ontvangt wordt enkel het leefgeld voor dit kind beëindigd. Indien één persoon vertrekt of enkele personen van het gezin vertrekken wordt de hoogte van het leefgeld aangepast naar de situatie van het gezin dat nog wel in de opvangvoorziening verblijft. De beëindiging gaat in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin van een of meer van bovengenoemde omstandigheden is gebleken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel