Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.7.

Invordering leefgeld

Onderdeel van BELEIDSREGELS REGELING OPVANG ONTHEEMDEN OEKRAINE GEMEENTE EEMSDELTA

Het college start de invordering op de datum van het besluit tot terugvordering. Vorderingen worden voor zover mogelijk in één keer terugbetaald binnen de gestelde betalingstermijn van 6 weken. Het besluit tot invordering vermeld in ieder geval: de reden van de terugvordering; de hoogte van het terug te vorderen bedrag en de gestelde betalingstermijn. de mogelijkheid om binnen de gestelde betalingstermijn van 6 weken een betalingsregeling te treffen. Het besluit waarin de betalingsregeling wordt vastgesteld vermeld in ieder geval: de maandelijkse betalingsverplichting; de datum van ingang van de betalingsverplichting; de wijze waarop het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, ten uitvoer wordt gelegd, waaronder tevens begrepen de aankondiging dat eventuele executiekosten vanwege inschakeling van derden voor rekening van ontheemde zijn; de mededeling dat, bij gebreke van tijdige betaling, de vordering in zijn geheel, zonder verdere vooraankondiging, ineens opeisbaar wordt en dat het college in dat geval niet langer gehouden is aan de vastgestelde aflossingsverplichting als genoemd onder a. De ontheemde kan, onder overlegging van financiële en andere relevante gegevens, met bijbehorende afschriften van bewijsstukken, schriftelijk verzoeken om: wijziging van de eerder vastgestelde betalingsverplichting of, tijdelijk uitstel van de opgelegde betalingsverplichting als de ontheemde aan de eerder vastgestelde betalingsverplichting niet kan voldoen. Indien de ontheemde na ontvangst van de herinnering en de aanmaning een opgelegde betalingsverplichting niet langer nakomt of helemaal niet heeft nagekomen, kan de vordering worden overgedragen aan een deurwaarder. Wanneer het college de vordering ter executie overdraagt aan een deurwaarder, kan het college de door deze deurwaarder de gemaakte kosten volledig doorrekenen aan ontheemde. Er kan worden afgezien van terugvordering in gevallen van dringende redenen, zoals wanneer terugvordering zou leiden tot onaanvaardbare financiële of sociaal-maatschappelijke gevolgen voor de ontheemde. Het college ziet af van (verdere) terugvordering indien het terug te vorderen bedrag van 100 euro niet te boven gaat.

Rechtspraak bij dit artikel