(artikel 16 lid 4 sub e Leerplichtwet)
De meldcode bestaat uit 5 stappen. De medewerker leerplicht/Doorstroompunt volgt deze stappen.
Stap 1: In kaart brengen van signalen.
De medewerker leerplicht/Doorstroompunt brengt de signalen die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of ontkrachten in kaart en leg deze vast in het leerling dossier. Tevens legt de medewerker leerplicht/Doorstroompunt ook de contacten over de signalen vast, evenals de stappen die worden gezet en de besluiten die worden genomen. De medewerker leerplicht/Doorstroompunt beschrijft de signalen zo feitelijk mogelijk. Hypothesen en veronderstellingen worden vastgelegd, daarbij wordt uitdrukkelijk opgenomen dat het gaat om een hypothese of veronderstelling. De medewerker leerplicht/Doorstroompunt maakt een vervolgaantekening als een hypothese of veronderstelling later wordt bevestigd of ontkracht. De medewerker leerplicht/Doorstroompunt vermeldt de bron als er informatie van derden wordt vastgelegd. Diagnoses worden alleen vastgelegd als ze zijn gesteld door een bevoegde beroepskracht. De medewerker leerplicht/Doorstroompunt doet een kindcheck. De kindcheck valt onder stap 1 van de meldcode en is aan de orde wanneer een volwassene of adolescent in een situatie verkeren die minderjarige kinderen (ernstige) schade kan berokkenen. Er moet onderzocht worden in dat geval in een gesprek met ouders/verzorgers of er (nog meer) kinderen bij ouders/verzorgers wonen en wie er voor hen zorgen. Op basis van deze informatie wordt besloten of er verdere actie ondernomen moet worden door de verdere stappen van de meldcode te zetten.
Indien uit een vertrouwelijk gesprek met een leerling blijkt dat er sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling, dan meldt de medewerker leerplicht/Doorstroompunt dat hij of zij conform de meldcode zal handelen, tenzij er zwaarwegende belangen van de leerling zijn om dit na te laten. Betreffen de signalen huiselijk geweld of kindermishandeling gepleegd door een beroepskracht, dan meldt de medewerker leerplicht/Doorstroompunt de signalen bij de leidinggevende of de directie. In dat geval zijn de verdere stappen niet van toepassing.
Stap 2: Collegiale consultatie en zo nodig raadplegen van Veilig Thuis.
De medewerker leerplicht/Doorstroompunt bespreekt de signalen met een collega bij voorkeur een medewerker leerplicht/Doorstroompunt lokaal of regionaal. De medewerker leerplicht/Doorstroompunt vraagt zo nodig ook advies aan Veilig Thuis. De medewerker leerplicht/Doorstroompunt legt de uitkomst van de bespreking vast in het leerling dossier.
Stap 3: Gesprek met de leerling(ouder dan 12 jaar) en ouders.
De medewerker leerplicht/Doorstroompunt nodigt de leerling en ouders uit om de signalen te bespreken. Dit gesprek wordt bij voorkeur door twee medewerkers gevoerd. In het gesprek komen de volgende onderwerpen aan de orde: het doel van het gesprek, de feiten die de medewerker leerplicht/Doorstroompunt heeft vastgesteld en de waarnemingen die zijn gedaan. Aan de leerling en ouders wordt gevraagd hierop te reageren.
De medewerker leerplicht/Doorstroompunt komt pas na deze reactie zo nodig en zo mogelijk met een interpretatie van hetgeen de medewerker leerplicht/Doorstroompunt heeft gezien, gehoord en waargenomen. De medewerker leerplicht/Doorstroompunt vertelt de ouders wat de vervolgeacties (kunnen) zijn. De medewerker leerplicht/Doorstroompunt legt op zorgvuldige wijze de bevindingen van het gesprek vast in het leerling dossier. Het doen van een melding zonder dat de signalen zijn besproken met de leerling en ouders, is alleen mogelijk als de veiligheid van de leerling, ouders, de medewerker leerplicht/Doorstroompunt of die van een ander in het geding is, of als er goede redenen zijn om te veronderstellen dat de leerling of ouders door dit gesprek het contact zullen verbreken.
Stap 4: Weeg de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling.
De medewerker leerplicht/Doorstroompunt weegt op basis van de signalen, van het ingewonnen advies en van het gesprek met de leerling en ouders, en na consultatie van een collega bij voorkeur een medewerker leerplicht/Doorstroompunt lokaal of regionaal het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling. De medewerker leerplicht/Doorstroompunt weegt eveneens de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. De leerplicht/Doorstroompunt legt zijn afwegingen vast in het leerling dossier.
Stap 5: Beslissen aan de hand van afwegingskader
Besluit 1: Is melden bij Veilig Thuis noodzakelijk,
Besluit 2: ben ik als leerplichtambtenaar in staat om effectieve hulp te bieden of te organiseren en kan de dreiging voor mogelijk huiselijk geweld of kindermishandeling afgewend worden?
De besluiten dienen in deze volgorde genomen te worden. De beslissing neem je in overleg met de gedragswetenschapper.
Het doen van een melding bij Veilig Thuis van mogelijk huiselijk geweld of mogelijke kindermishandeling is een professionele norm en als zodanig noodzakelijk:
In ALLE gevallen van acute onveiligheid en/of structurele onveiligheid. Zie de toelichting op artikel 17 voor de concretisering van acute en structurele onveiligheid.
In alle ANDERE gevallen waarin de medewerker leerplicht / Doorstroompunt meent dat hij, gelet op zijn competenties, zijn verantwoordelijkheden en zijn professionele grenzen, in onvoldoende mate effectieve hulp kan bieden of kan organiseren bij (risico’s op) huiselijk geweld en/of kindermishandeling.
Als een medewerker leerplicht / Doorstroompunt die hulp biedt of organiseert om betrokkenen te beschermen tegen het risico op huiselijk geweld en/of kindermishandeling constateert dat de onveiligheid niet stopt of zich herhaalt.
Om de besluiten te kunnen nemen doorloopt de medewerker leerplicht/Doorstroompunt samen met diens leidinggevende/coördinator Doorstroompunt de volgende afwegingsvragen. Het besluit wordt in overleg met de leidinggevende/coördinator Doorstroompunt genomen. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt is eindverantwoordelijk voor de besluiten.
Afweging 1: Heb ik een vermoeden van / is er sprake van huiselijk geweld en/of kindermishandeling?
Nee: Afsluiten en vastleggen in leerlingdossier
Ja: Ga verder met afweging 2
Afweging 2: Is er sprake van acute en/of structurele onveiligheid? Bepaal dit aan de hand van de voor- beelden in de Bijlage bij het Afwegingskader.
Nee: Ga verder met afweging 3
Ja: Melden bij Veilig Thuis (VT). De afwegingen 3 tot en met 5 worden samen met VT doorlopen.
Afweging 3: Ben ik in staat effectieve hulp te bieden of te organiseren om dreiging van (toekomstig) huiselijk geweld of kindermishandeling af te wenden.
Nee: Melden bij Veilig Thuis
Ja: Ga verder met afweging 4
Afweging 4: Aanvaarden de betrokkenen hulp zoals in afweging 3 georganiseerd en zijn zij bereid zich hiervoor in te zetten?
Nee: Melden bij Veilig Thuis
Ja: Hulp in gang zetten, termijn afspreken waarop effect meetbaar of merkbaar moet zijn. Zo concreet mogelijk maken en documenteren. Speek af wie welke rol heeft en benoem casemanager. Spreek af welke taken alle betrokkenen en specifiek de casemanager heeft, zodat de verwachtingen voor iedereen helder zijn. Leg vast, voer uit en ga verder met afweging 5.
Afweging 5: Leidt de hulp binnen de afgesproken termijn tot de afgesproken resultaten ten aanzien van de veiligheid, het welzijn en/of het herstel van de direct betrokkenen?)
Nee: (Opnieuw) melden bij Veilig Thuis. De medewerker leerplicht/Doorstroompunt doet alsnog een melding van zijn vermoeden bij Veilig Thuis als er signalen zijn dat het huiselijk geweld of de kindermishandeling niet stopt of opnieuw begint
Ja: hulp afsluiten met vastgelegde afspraken over het monitoren (: spreek een nazorgtraject af; leg termijnen en verwachtingen vast).
Bij melding registreert de medewerker leerplicht/Doorstroompunt de leerling in de Verwijsindex Risicojongeren. Alvorens de medewerker leerplicht/Doorstroompunt een melding doet bespreekt hij deze melding met
kinderen jonger dan 12 jaar: alleen met de ouder(s);
kinderen tussen de 12 en 16 jaar: met het kind en de ouder(s);
kinderen vanaf 16 jaar: alleen met het kind. Als het kind het goed vindt, bespreek het ook met de ouders.
Van contacten met de betrokkenen over de melding kan worden afgezien:
als de veiligheid van de betrokkenen, die van de medewerker leerplicht/Doorstroompunt, of die van een ander in het geding is.
er sprake is van een zodanig urgente situatie dat een directe melding bij Veilig Thuis niet uitgesteld kan worden.
In dit gesprek geeft de medewerker leerplicht/Doorstroompunt aan waarom hij van plan is de melding te doen, vraagt de leerling en ouders om een reactie, hoort de eventuele bezwaren op de melding aan en probeert hieraan tegemoet te komen en maakt vervolgens de afweging over de noodzaak en de aard en ernst van het geweld en de noodzaak om de leerling of ouders te beschermen. De medewerker leerplicht/Doorstroompunt legt het gesprek vast in het leerlingdossier. De medewerker Leerplicht/Doorstroompunt geeft bij de melding aan op grond van welke feiten en gebeurtenissen hij of zij hiertoe besloten heeft. Tevens meldt de medewerker leerplicht/Doorstroompunt of er informatie van anderen afkomstig is. De medewerker leerplicht/Doorstroompunt legt de melding vast in het leerlingdossier.
Artikel 17.
Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling
Onderdeel van Instructie voor medewerker leerplicht/Doorstroompunt