Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.2

Handhavingsafwegingen

Onderdeel van Beleidsregels toezicht en handhaving kinderopvang Soest 2025

Vanuit de eigen taak en verantwoordelijkheid besluit het college welke handhavingsmaatregel passend en geboden is. Dit wordt per overtreding, locatie en houder afgewogen. Het college stelt handhavingsbesluiten zo duidelijk en eenvoudig mogelijk op. Ook combineert het college zoveel mogelijk handhavingsbesluiten, zoals meerdere aanwijzingen, in één brief aan de houder met een duidelijke toelichting. Het college betrekt bij de voorbereiding van elk besluit alle feiten en weegt alle belangen af. Daarbij wordt afgewogen welke handhavingsmaatregel geschikt en noodzakelijk is om het beoogde doel te bereiken; kwalitatief goede kinderopvang. In iedere casus beoordeelt het college of evenredigheid bestaat tussen de ernst van een vastgestelde overtreding en de zwaarte van de op te leggen sanctie. Ook in hoeverre de kwaliteit van opvang is beïnvloed door een tekortkoming wordt meegewogen in de handhavingsafweging. Bij het ontstaan van overtredingen kunnen specifieke omstandigheden een rol spelen. Bij het opstellen van een besluit houdt het college rekening met deze omstandigheden. Het college hecht daarbij grote waarde aan het oordeel van de toezichthouder en betrekt dit in de besluitvorming. Ook een reactie van de houder op een inspectierapport betrekt het college bij de beoordeling. In beginsel beoordeelt het college iedere overtreding afzonderlijk en wordt handhaving per overtreding ingezet. Wanneer naar het oordeel van de toezichthouder blijkt dat een houder voldoende maatregelen heeft getroffen om een overtreding blijvend te herstellen, kan het college besluiten om af te zien van handhaving gericht op herstel. Maar blijkt uit één inspectieonderzoek dat één voorschrift meerdere keren is overtreden dan weegt dit mee in de ernst van de overtreding. Dit uit zich in een kortere hersteltermijn of een hoger sanctiebedrag. Zodra een handhavingsbesluit wordt verstuurd is het college van oordeel dat het onderzoek van de toezichthouder zorgvuldig is uitgevoerd. Bij de besluitvorming betrekt het college in elk geval: het inspectierapport, met daarin: gerapporteerde overtreding(en); bevindingen en conclusies van de toezichthouder; indien van toepassing, de beschrijving van de omstandigheden; het advies van de toezichthouder; de reactie van de houder in het inspectierapport; reacties van de houder aan het college; de handhavingsgeschiedenis op locatieniveau en organisatieniveau; de inspectiegeschiedenis op locatieniveau en organisatieniveau; alle betrokken belangen waaronder het zwaarwegende belang van ouders en kinderen.

Rechtspraak bij dit artikel