Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.8

Weigeringsgronden voor maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Enkhuizen 2025

1.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: als voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een andere (voorliggende) voorziening op grond van een wettelijke bepaling bestaat; als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen. Tenzij het college in het specifieke geval noodzakelijk acht om de vraag voorziening voor de melding toe te kennen, gebeurt dit met maximaal 3 maanden vanaf datum melding; Indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft aangeschaft, gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er nog onderzoek kan worden gedaan naar de noodzaak en geschiktheid van de desbetreffende voorziening voor de cliënt; Als de gevraagde voorziening al eerder aan de cliënt is verstrekt op grond van enige wettelijke bepaling en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet verstreken is tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten; Als de gevraagde voorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven tenzij: de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen; Als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan; Voor zover de cliënt op eigen kracht, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen; Voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen, het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten of algemeen gebruikelijke voorzieningen de beperkingen kan verminderen of wegnemen; Als deze niet hoofdzakelijk op het individu is gericht; Als de cliënt een indicatie heeft voor zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover, tenzij artikel 8.6a van de wet van toepassing is. Als de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is; een tweedehands voorziening kan ook voldoen; 2.. Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie als deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden of begeleiding; als de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Enkhuizen; een uitzondering op bovengenoemde artikelen wordt gemaakt wanneer het een mantelzorger van de cliënt betreft. Een mantelzorger kan in een andere gemeente wonen dan de cliënt. De mantelzorger kan voor een voorziening in aanmerking komen wanneer dat nodig is om de cliënt die ingezetene is van de gemeente Enkhuizen te ondersteunen. 3.. Het college verstrekt geen woonvoorziening: Als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; Indien cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; Ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, recreatieverblijf, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt; Als het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingenbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt; Als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; Als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijke toestemming is verleend door het college; Als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden. Ten behoeve van specifiek op personen met beperkingen en ouderen gerichte voorzieningen in woongebouwen als niet voldaan wordt aan de vereisten voor een dergelijk woongebouw. Indien de cliënt met behulp van een door het college te verstrekken verhuisvergoeding naar een geschikte woning kan verhuizen, als dit een oplossing biedt die adequater en goedkoper is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel