Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5.

Autorisatie begroting en investeringskredieten

Onderdeel van Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (212) gemeente Hoeksche Waard 2025

1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma, de overhead, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen, de post onvoorzien en de raming voor de vennootschapsbelasting. 2.. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden per investering bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de begroting geautoriseerd. 3.. De raad autoriseert de investeringskredieten voor de totale looptijd van de investering. De investeringskredieten zijn daarmee niet jaargebonden. Restantkredieten worden bij de jaarstukken automatisch doorgeschoven naar het volgende begrotingsjaar. Hierbij wordt wel getoetst naar het nut en de noodzaak ervan. Burgemeester en wethouders beoordelen jaarlijks de voortgang van het investeringskrediet, de omvang van het investeringskrediet en de noodzaak ervan. Bij de jaarrekening wordt de raad geïnformeerd over de stand van zaken van de investeringskredieten. 4.. In het kader van een soepele voortgang in de bedrijfsvoering of besluitvormingstraject zijn burgemeester en wethouders bevoegd vooraf te beslissen, waarbij de raad achteraf middels de tussentijdse rapportages of de jaarstukken autoriseert, over: incidentele budgetten en structurele budgetten die passen binnen de structurele begrotingsruimte en die niet in de begroting zijn opgenomen, bijvoorbeeld voor de aan- en verkoop van goederen en diensten, met een maximum overschrijding van € 50.000,-; bestaande investeringskredieten, mits de bijbehorende kapitaallasten passen binnen de structurele begrotingsruimte: tot € 500.000,- , met een maximum toegestane overschrijding van € 50.000,- ; groter dan € 500.000,-, met een maximum toegestane overschrijding van 10% van het investeringskrediet doch niet meer dan € 250.000,-; het doen van nieuwe investeringen die niet in de begroting zijn opgenomen tot een maximum van € 250.000,- (per investering) mits de bij de nieuwe investering behorende kapitaallasten passen binnen de structurele begrotingsruimte; verschuivingen tussen soortgelijke investeringskredieten binnen eenzelfde programma indien de wijziging budgettair neutraal verloopt en de doelstellingen en prestaties worden geleverd die vooraf door de raad zijn vastgelegd; budgetten die niet in de begroting zijn opgenomen, welke worden gedekt door direct gerelateerde inkomsten met een specifiek bestedingsdoel; het doen van strategische verwervingen tot maximaal € 2.500.000,- per begrotingsjaar. 5.. Burgemeester en wethouders informeren de raad, met in achtneming van het bepaalde in het vierde lid, op grond van artikel 6, indien zij voorzien dat de lasten van een geautoriseerd programmabudget of investeringsbudget dreigt te worden overschreden of dat de baten worden onderschreden. Burgemeester en wethouders voegen hierbij een voorstel voor wijziging van het geautoriseerde programmabudget of investeringsbudget of een voorstel voor bijstelling van het beleid. 6.. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6, eerste lid, doen burgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel