In de volgende gevallen legt de gemandateerde de kwestie ter beslissing aan zijn/haar leidinggevende voor, onverminderd het bepaalde in artikel 10:3 tweede lid van de wet:
Als bestuurlijk is aangegeven dat een wijziging, aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid gewenst is;
Als inwilliging van een verzoek zou leiden tot strijdigheid met het gemeentelijk beleid, met richtlijnen of met voorschriften daaromtrent;
Als redelijkerwijs aangenomen mag worden dat de afdoening (grote) politieke consequenties met zich mee zal brengen, dan wel precedentwerking zal oproepen;
Als de afdoening van een zaak niet als een routineaangelegenheid kan worden gekwalificeerd;
Als bij besluiten waar sprake is van beleidsvrijheid reeds in de voorbereidingsfase aannemelijk is dat tegen de te nemen beslissing bezwaar zal worden gemaakt dan wel beroep ingesteld;
Als in de voorbereidingsfase de standpunten van de portefeuillehouder, adviseurs en de gemandateerde met betrekking tot de te nemen beslissing uiteenlopen;
Als de mandaatgever, dan wel de gemandateerde de wens daartoe te kennen geeft;
Ten aanzien van de vaststelling en verzending van stukken aan een raadscommissie en/of de gemeenteraad;
Ten aanzien van uitingen, gericht aan andere overheidsorganen, tenzij in overeen¬stemming met bij het betrokken orgaan bekend beleid of met geheel bij de wettelijke regeling of de jurisprudentie bepaald beleid.
Het nemen van privaat- en bestuursrechtelijke besluiten waarbij medewerkers betrokken zijn, met uitzondering van beslissingen o.g.v. de (aanvullende regels) CAR/UWO en m.b.t. de burgerlijke stand, reisdocumenten en rijbewijzen.