Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.2

Bereikbaarheid en toegankelijkheid

Onderdeel van Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan Weststellingwerf

De bereikbaarheid van Wolvega is met de aanwezigheid van een trein (en bus)station en de ligging aan de A32 goed te noemen. Echter niet alle kernen (en het buitengebied) van de gemeente worden goed door openbaar vervoer ontsloten. Als gevolg hiervan, de landelijk ligging en de relatief grote afstanden tot voorzieningen binnen de gemeente, is (en blijft) de auto in Weststellingwerf belangrijk. Autobereikbaarheid Het bestaande wegennet binnen de gemeente maakt het mogelijk alle bestemmingen op een adequate wijze te kunnen bereiken. Daarnaast biedt het wegennet normaliter (meer dan) voldoende capaciteit om het verkeersaanbod af te kunnen wikkelen en de bestemmingen vlot te kunnen bereiken. Alleen in Wolvega, vooral bij de oostelijke entree (Lycklamaweg), ontstaan nabij de spoorwegovergang en de ovonde zo langzamerhand afwikkelings- (en veiligheids)problemen, mede als gevolg van de groei van Wolvega aan deze zijde (Lindewijk). In de overige delen van de gemeente zijn er op het gebied van autobereikbaarheid weinig problemen. Met uitzondering van Noordwolde, waar een verbinding aan de zuidkant van de kern tussen de N353 (Nieuweweg) en de Hoofdstraat-West ontbreekt. Als gevolg hiervan maakt (een beperkte hoeveelheid) verkeer gebruik van sluiproutes (onder andere via de Haenepolle). Dit is ongewenst, maar het gaat hierbij echter om geringe aantallen. Parkeren auto Op dit moment zijn er geen grote parkeerproblemen binnen de kernen Wolvega en Noordwolde. Er is in principe voldoende parkeerruimte beschikbaar op alle momenten. Alleen op woensdagochtend, ten tijde van de weekmarkt in Wolvega, wordt er veelvuldig foutgeparkeerd in de Pastoriestraat. Het betreft overwegend een gedragskwestie, omdat in de directe omgeving voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Wel wordt geconstateerd dat in smalle straten (zowel in Wolvega als in Noordwolde) voertuigen (deels) op het trottoir worden geparkeerd en hierbij ruimte voor voetgangers in beslag nemen. Schoolzones Rondom scholen komen verschillende mobiliteitsvormen samen. Regulier auto- en fietsverkeer, maar ook voertuigen waarmee de kinderen naar school gebracht worden en weer worden opgehaald. Mede als gevolg van dit halen en brengen en bijhorend parkeergedrag ontstaan er kortstondig rommelige en chaotische situaties. Dit gaat ten koste van de verkeersveiligheid, juist op die momenten waarop veelvuldig (door kinderen) moet worden overgestoken. Deze problematiek is overigens overwegend gedrag gerelateerd. Immers veel van de leerlingen wonen op loop-/fietsafstand van de basisschool en kunnen eenvoudig lopend of fietsend naar school komen of worden gebracht. Fietsbereikbaarheid Evenals de bereikbaarheid voor het autoverkeer is ook de bereikbaarheid van het grootste deel van de gemeente voor fietsverkeer goed te noemen. Fietsers kunnen gebruik maken van de infrastructuur die ook voor het autoverkeer beschikbaar is en in veel gevallen zijn er vrijliggende fietspaden aanwezig. In het navolgende komt een aantal onvolkomenheden in het fietsnetwerk aan de orde, waarbij de scheidslijn tussen bereikbaarheid en veiligheid in sommige situaties dun is. Echter als een bepaalde route onveilig is of wordt gevonden en daarom niet wordt gebruikt, gaat dit ten koste van de bereikbaarheid. In Wolvega lopen de meeste hoofdroutes van het fietsverkeer samen met de routes van het autoverkeer, waardoor weinig kwaliteit wordt geboden aan de fietser, vooral omdat deze zich in dezelfde verkeersruimte bevindt als de auto. Dit wordt, zoals ook uit de enquête blijkt, door fietsers niet als prettig ervaren. Bovendien betekent dit dat de route voor de auto en de fietser qua afstand gelijk is en er dus geen stimulerende werking uitgaat naar het gebruik van de fiets ten opzichte van de auto. Dit effect lijkt ook zichtbaar in het relatief lage fietsgebruik binnen de gemeente. Slechts 26% van de verplaatsingen tot een afstand van 7,5 kilometer binnen de gemeente Weststellingwerf wordt met de fiets gemaakt (bron: Onderweg in Nederland (ODIN 2020-2022)). Ter vergelijking, in Ooststellingwerf en Opsterland ligt dit percentage rond de 34%. Ook deze beide gemeenten kenmerken zich door een landelijke ligging. Analoog aan voor het autoverkeer is ook voor fietsers de locatie ter hoogte van de ovonde en de spoorwegovergang in Wolvega een knelpunt. De grote stromen fietsers richting de scholen en het centrum komen hier samen met het autoverkeer, wat tot veel conflicten leidt. Mede als gevolg hiervan vertonen veel fietsers ongewenst gedrag en fietsen zij over de trottoirs. Ook het fietspad langs de Stationsweg, dat eindigt op het stationsplein, is een knelpunt. In het buitengebied valt vooral het ontbreken van een fietsvoorziening langs (een deel van) de Vinkegavaartweg op. Ten noorden van de Kontermansweg ligt deze voorziening er wel, maar aan de zuidzijde niet. Vooral deze verbinding is van belang, omdat het hierbij niet alleen een belangrijke route voor fietsers betreft, maar ook een relatief belangrijke route voor autoverkeer. Ook de Jokweg en Kontermansweg zijn belangrijke fietsroutes. De relatief smalle profielen van deze wegen in combinatie met het gebruik van deze wegen door doorgaand verkeer en landbouwverkeer vormen hier het knelpunt (zie nr. 2 en 5, figuur 4). Onderdeel van de fietsroute tussen Wolvega en Noordwolde is de Stellingenweg. Fietsers maken hier weliswaar geen gebruik van de hoofdrijbaan, maar bevinden zich op de parallelweg. Op deze parallelweg bedraagt de maximumsnelheid 60 km/uur. Het smalle profiel van deze parallelvoorziening en het feit dat deze parallelweg ook door landbouwverkeer en (bestemmings)autoverkeer wordt gebruikt, maakt dat dit geen aantrekkelijke fietsroute is. Ook de route tussen de Blesse en Steggerda is niet aantrekkelijk. Enerzijds omdat de fietsers zich hier in de directe nabijheid van de hoofdrijbaan bevinden, waarop maximaal 80 km/uur mag worden gereden. Anderzijds omdat de voorzieningen voor fietsers hier relatief smal zijn. Door het toenemende gebruik van elektrische fietsen en de daarmee samenhangende hogere snelheden en het gebruik van andersoortige fietsen (bakfietsen etc.) staat de bereikbaarheid hier enigszins onder druk. Verder valt op dat ook op deze smalle fietspaden bromfietsen zijn toegestaan. In de enquête is de wens uitgesproken om een fietsvoorziening tussen Ter Idzard en Oldeholtpade (langs de Hamersweg) en tussen Oldetrijne en Oldelamer te realiseren. Hoewel deze wens begrijpelijk is vanuit het perspectief van de inwoners van dit gebied betreft het zeer ondergeschikte (fiets)verbindingen. Hiervan liggen er vele in het buitengebied. Voor dergelijke wegen geldt dat de aandacht zich in eerste instantie zal richten op de inrichting van dit type weg en het onder controle houden van de snelheden aldaar. Hiermee kan het risico en de kwaliteit van de verbinding voor fietsers maximaal worden vergroot. De realisatie van vrijliggende fietspaden langs alle wegen in het buitengebied is (zeker voor de korte en middellange termijn) niet realistisch. Oversteekbaarheid en toegankelijkheid voetgangers Over het algemeen is de toegankelijkheid voor voetgangers in Weststellingwerf van voldoende kwaliteit. Wel verslechtert de oversteekbaarheid door de toenemende intensiteit van het gemotoriseerde verkeer (vooral in Wolvega). Er komt steeds meer behoefte aan geregelde oversteekplaatsen. Ook valt op dat de toegankelijkheid voor voetgangers op de wegen rond het centrum van Wolvega onder druk staat als gevolg van het al eerdergenoemde parkeren op het trottoir. In de kleinere kernen zijn er nog veel straten zonder (hoogwaardige) voorzieningen voor de voetganger, waardoor de toegankelijkheid en veiligheid van de voetganger ook onder druk komt te staan.

Rechtspraak bij dit artikel