Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.2

Leidende inrichtingsprincipes

Onderdeel van Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan Weststellingwerf

STOMP Omdat de focus wordt verlegd van de auto naar meer duurzame mobiliteitsvormen is bij de herinrichting van wegen, maar vooral bij de realisatie van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld woonwijken), een denkrichting nodig conform het STOMP-principe (zie onderstaande figuur). Dit betekent echter niet dat de auto niet meer gefaciliteerd wordt, maar dat bewuster (en eerder) keuzes gemaakt worden voor een veilige en bereikbare langzaam verkeersstructuur. Nu is de bereikbaarheid van fietsers en voetgangers vaak nog sluitstuk in het ontwerpproces of wordt alleen naar de interne langzaam verkeersstructuur gekeken en niet naar de aansluiting hiervan op het lokale netwerk. Uitgangspunten STOMP Bij het zoeken naar en het ontsluiten van nieuwbouwlocaties wordt het STOMP-principe gehanteerd. STOMP staat voor Stappen, Trappen, OV, MaaS en Privéauto en is gericht op de groei van duurzame mobiliteit. Het STOMP-Principe wordt toegepast door in de planvorming en het ontwerpproces heel bewust het wensbeeld van alle modaliteiten te creëren. Zodat er aandacht is voor elke modaliteit, waarbij de volgorde van prioriteit bewust ligt bij de duurzame vervoersvormen. S (voetganger) Voorzieningen op loopafstand, aantrekkelijke en toegankelijke looproutes T (fiets) Aansluiten van directe en comfortabele fietsroutes op het fietsnetwerk O (OV) Hoe een gebied aan te sluiten op het ov-netwerk? Beschikbaarheid van ov-haltes M (Mobility as a Service) inzet verschillende mobiliteitsdiensten, hubs, deelmobiliteit P (privéauto) De auto zo positioneren dat andere vervoerwijzen aantrekkelijker zijn zonder autogebruik ‘onmogelijk’ te maken. Wegencategorisering Bij de wegencategorisering wordt in eerste instantie onderscheid gemaakt in wegen met een verkeersfunctie en wegen met een verblijfsfunctie. Wegen met een verkeersfunctie dienen primair voor de afwikkeling van (veel) verkeer, terwijl op wegen met een verblijfsfunctie het verblijven (aanwonenden, veel oversteken, langzaam verkeer et cetera) de belangrijkste functie is. Uit de inventarisatie blijkt dat een deel van de wegen binnen de gemeente Weststellingwerf niet volgens de inrichtingseisen van Duurzaam Veilig zijn ingericht (zie bijlage II). Op (ontsluitings)- wegen met een snelheidsregime van 50 km/uur ontbreken fietsvoorzieningen en voorrangssituaties zijn niet in overeenstemming met de richtlijnen. In het buitengebied geldt op diverse wegen een maximumsnelheid van 80 km/uur, terwijl omgevingskenmerken om een lagere snelheid vragen (bomen dicht op de weg, aanwezigheid landbouwverkeer en of fietsers op de rijbaan). Ook de markering laat te wensen over. Er is op dit vlak nog veel winst te behalen. In hoofdstuk 7 wordt uitgebreid aandacht besteed aan de wegencategorisering en de gewenste inrichting van de wegen. Waarom een wegencategorisering? Voor de weggebruiker is het belangrijk dat wegen herkenbaar zijn ingericht. Hierdoor wordt het voor de weg­gebruiker duidelijk welk gedrag ver­wacht wordt. Dit kan alleen als er eenduidige keuzes worden gemaakt met betrekking tot de functie van de weg. Aan de hand van inrichtingskenmerken behorend bij de functie wordt het gewenste gedrag duidelijk gemaakt. De driehoek functie – vormgeving – gebruik is hierbij cruciaal. Het is evident dat hierbij functie­overgangen duidelijk moeten worden vormgegeven.

Rechtspraak bij dit artikel