Overgangen van snelheidsregimes, bij de verblijfsgebieden, maar vooral bij de bebouwde komgrenzen, moeten duidelijk herkenbaar zijn. Komgrenzen moeten een dwingend karakter hebben om de snelheid aan te passen. Ook binnen de bebouwde kom zijn er snelheidsovergangen. Daar waar mogelijk wordt hier extra aandacht aan besteed.
Figuur 20:Gewenste inrichting bebouwde komgrens
Een komgrens is een (verkeers)technische inrichting op de weg, bedoeld om weggebruikers duidelijk te maken dat een aangepast (snelheids)gedrag noodzakelijk is vanwege het binnengaan of verlaten van de bebouwde omgeving. Het ontbreken van eenduidige aanbevelingen voor de locatie en de inrichting van komgrenzen, heeft ertoe geleid dat de komgrenzen in de gemeente lang niet altijd aan dit doel beantwoorden. De bestaande knelpunten hebben te maken met de locatie en de inrichting van de komgrens. Een onjuiste komgrenssituatie doet zich voor als:
er slechts spaarzame bebouwing aanwezig is;
de bebouwing zich op te grote afstand van de weg bevindt;
er slechts eenzijdige bebouwing in een lage dichtheid aanwezig is;
de omvang van de bebouwing (te) klein is;
er door aanleg van geluidwallen geen zichtrelatie met bebouwing is.
Ook al ligt de komgrens op de goede locatie, dan nog kan de komgrens niet het gewenste effect hebben. Soms hangt dat samen met de situatie ter plaatse, bijvoorbeeld met slechte zichtbaarheid in een bocht of vlak achter een rotonde. In andere gevallen ‘valt de komgrens weg’ in de omgeving of wordt ter plaatse van de komgrens het verkeer onvoldoende duidelijk gemaakt dat ander gedrag gewenst is. In de gemeente gaat het bijvoorbeeld om de volgende overgangen: Steggerdaweg en Pepergaweg in Steggerda, Hoofdstraat West en Oldeberkoperweg in Noordwolde, Zandhuizerweg in Zandhuizen, de Meenthe in Wolvega en de Kontermansweg in de Hoeve.
Daarnaast kan de grens als knelpunt worden ervaren omdat:
er geen of te weinig gebruik wordt gemaakt van inrichtingselementen die de komgrens kunnen accentueren;
er te weinig inleidende maatregelen zijn toegepast;
binnen en buiten de bebouwde kom hetzelfde wegprofiel is toegepast.
Op de komgrens moet het voor weggebruikers duidelijk zijn dat zij hun gedrag moeten aanpassen. Voorwaarde voor het goed functioneren van de komgrens is dat aan beide zijden van de komgrens de weg is ingericht overeenkomstig de bij de wegcategorie passende snelheid.
Bij een overgang van een gebiedsontsluitingsweg naar een erftoegangsweg wordt de overgang bij voorkeur uitgevoerd als kruispunt. Dit zal echter niet in alle situaties mogelijk zijn.
Richtlijn komgrenzen
Komgrenzen moeten, zowel wat betreft vormgeving als locatie, voldoen aan de Uitvoeringsvoorschriften BABW. Daarnaast gelden de volgende richtlijnen, opgesteld door het CROW:
Ter plaatse van de komgrens heeft de weggebruiker een zichtrelatie met bebouwing.
De locatie van de komgrens beantwoordt aan het verwachtingspatroon van weggebruikers (herkenbare en uniforme situaties);
De komgrens is duidelijk herkenbaar;
De omgevingskenmerken ondersteunen de locatie en het (verkeers)technisch ontwerp van de komgrens;
De komgrens is afgestemd op het karakter van de aangrenzende bebouwing;
Het gebruik van aanvullende omgevingskenmerken is afgestemd op de landschappelijke en stedelijke kwaliteiten;
Het aantal oplossingen is beperkt en uniform;
De vormgeving bewerkstelligt het gewenste (snelheids)gedrag bij de weggebruiker;
De komgrens levert geen beperking van de berijdbaarheid op voor de weggebruikers;
De verkeerskundige functie is bepalend voor de vormgeving van de komgrens (‘vorm volgt functie’).
De gemeente heeft vooralsnog geen standaard ontwerprichtlijn voor het realiseren van een uniforme komgrens. In de komende periode wordt op basis van een aanvullende inventarisatie een standaard vormgeving uitgewerkt. Dit resulteert vervolgens in een verbeterplan voor de inrichting van de bestaande komgrenzen.
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.3
Artikel 7.3.2
Snelheidsovergangen komgrenzen
Onderdeel van Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan Weststellingwerf