Om te beoordelen of de cliënt in aanmerking komt voor een woonvoorziening worden de volgende aspecten meegewogen:
De cliënt kan voor een woonvoorziening in aanmerking komen als deze voorziening noodzakelijk is voor het compenseren van de belemmeringen die worden ondervonden bij het normale gebruik van de woonruimte.
Een woonvoorziening wordt verstrekt ten behoeve van de woonruimte waar de cliënt woonachtig is of zal zijn en die geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden.
Alleen ruimten die bestemd zijn voor elementaire activiteiten, zoals eten bereiden, slapen, persoonlijke verzorging en/of het verzorgen van kinderen komen in aanmerking voor een woonvoorziening. Hobby-, werk-, of recreatieruimtes vallen hier niet onder.
Een woonvoorziening voor andere ruimtes kan wel worden verstrekt in de vorm van:
een uitraaskamer;
een algemene ruimte in een wooncomplex om de woning van de cliënt bereikbaar en toegankelijk te maken;
de toegankelijkheid van één buitenruimte, zoals de tuin of het balkon, via één toegang.
**5..** Een woonvoorziening kan worden verstrekt aan een cliënt die in een woonwagen of woonschip woont, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden in verband met de duurzaamheid van de voorzieningen:
een woonwagen of woonschip of binnenvaartschip moeten nog een technische levensduur van tenminste 5 jaar hebben;
ook de stand- of ligplaats moet nog zeker 5 jaar blijven bestaan, tenzij de veranderingen buiten de invloedsfeer van de cliënt liggen;
de hoofdbewoner van een woonwagen moet over een bewoningsvergunning beschikken;
een woonvoorziening aan een binnenvaartschip kan slechts aan het woongedeelte aangebracht worden. Het binnenvaartschip moet bedrijfsmatig in gebruik zijn en de client staat ingeschreven in het BRP van de gemeente Westerkwartier.
**6..** Woonvoorzieningen worden onder andere onderscheiden in:
verhuis-en inrichtingskosten;
een bouwkundige of woontechnische woningaanpassing;
roerende woonvoorzieningen;
overige woonvoorzieningen.
**7..** Het bezoekbaar maken van één woonruimte waarbij de persoon met een beperking in ieder geval de woonkamer en een toiletvoorziening kan bereiken en gebruiken, wordt beschouwd als een bouwkundige of woontechnische aanpassing wanneer de persoon met een beperking woonachtig is in een instelling voor langdurige zorg. Van belang is verder dat het gaat om een frequent bezoek aan een belangrijk contact, zoals ouders of partner.
**8..** Een traplift wordt beschouwd als een roerende woonvoorziening.
**9..** De woonvoorziening verhuizen of woningsanering wordt verstrekt in natura of als PGB, tenzij een persoon met een beperking kiest voor een tegemoetkoming in aannemelijke meerkosten.
**10..** De in lid 6 genoemde woonvoorziening verhuizen wordt alleen verstrekt als de nieuwe woonruimte voldoet aan het programma van eisen, zoals gesteld in de beschikking.
**11..** Het recht op de genoemde voorzieningen in lid 6 vervalt in beginsel 2 jaar nadat de beschikking daarvoor is afgegeven, tenzij er bijzondere omstandigheden te benoemen zijn.
**12..** Om in aanmerking te komen voor woningsanering (vervanging van vloerbedekking) dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:
Er is sprake van door een arts vastgestelde diagnose van een allergie, COPD of astma;
Er is een medische noodzaak tot sanering vastgesteld;
De cliënt had bij de aanschaf van de (oude) materialen niet kunnen weten dat hij longklachten zou krijgen of dat deze het erger zouden worden;
De vervanging van de vloerbedekking is medisch gezien op korte termijn noodzakelijk.
**13..** Om te bepalen welke woonvoorziening het meest passend is, wordt, indien van toepassing, rekening gehouden met de mogelijkheden van de mantelzorger om de woonvoorziening, zoals til- en/of badliften te kunnen bedienen.
**14..** Er wordt geen woonvoorziening zoals een woningaanpassing of een verhuiskostenvergoeding verstrekt, indien de cliënt aanspraak kan maken op intramuraal verblijf in een instelling op grond van de Wet langdurige zorg.
**15..** Verhuiskosten zijn algemeen gebruikelijk, tenzij ergonomische belemmeringen als gevolg van een beperking of problematiek van de cliënt zijn, die het noodzakelijk maken om te verhuizen naar een andere adequate of meer adequate woning.
**16..** Cliënten die wonen in levensloopbestendige woningen voor ouderen of gehandicapten beschikken in principe over de voor deze doelgroep vaak specifieke benodigde voorzieningen, zoals een lift, elektrische deuropeners, en zijn de woningen vaak al toegankelijk met een rollator of rolstoel. Waardoor er sprake is van algemeen gebruikelijke voorzieningen. Wanneer een dergelijke woning specifiek wordt aangeboden aan ouderen of gehandicapten, mag van de verhuurder of de VVE verwacht worden dat deze is ingericht op het adequaat kunnen wonen door ouderen of gehandicapten.
**17..** Renovatie van woonvoorzieningen, die ook onder normale omstandigheden vervangen zouden moeten worden vanwege het einde van (economische) levensduur worden in beginsel niet vanuit de Wmo vergoed. Mits deze kosten gedragen kunnen worden door een cliënt met een inkomen op het minimumniveau. Daarbij wordt de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd; voor een keuken 15 jaar, voor een toilet 15 jaar en een badkamer 25 jaar.
**18..** In het geval er nagelvaste of roerende woonvoorziening(en) is/zijn ingezet voor een client en deze cliënt is komen te overlijden of de cliënt is permanent verhuisd naar een instelling op grond van de Wlz, dan worden er met de achterblijvende partner van de client afspraken gemaakt over het al dan niet achterlaten van de woonvoorziening(en) in de woning. Deze afspraken worden vastgelegd in een beschikking aan de partner.