**1..** In aansluiting op de artikelen 1.2.1, onder a. en 2.3.5 derde lid van de wet wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt voor zover de inwoner de problematiek waarvoor in het gegeven geval een maatwerkvoorziening wordt aangevraagd, kan verminderen of wegnemen:
door gebruik te maken van zijn eigen kracht;
met gebruikelijke hulp van huisgenoten;
met mantelzorg of hulp van anderen uit zijn sociale netwerk;
door gebruik te maken van algemene voorzieningen;
door gebruik te maken van algemeen gebruikelijke zaken of diensten.
**2..** Bij het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 vierde lid onder b. van de wet beoordeelt het college of er gebruikelijke hulp van huisgenoten als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid van de wet beschikbaar is.
**3..** Huisgenoten van de inwoner zijn verplicht, als zij daarom gevraagd worden, aan het college de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek, alsmede bij heronderzoek als bedoeld in artikel 2.3.9 van de wet.
**4..** Bij de beoordeling als bedoeld in het tweede lid wordt, voor zover daartoe aanleiding is, rekening gehouden met:
de samenstelling van de leefeenheid van de inwoner en diens huisgenoot of huisgenoten;
de aard van de relatie tussen de inwoner en diens huisgenoten;
de inhoudelijke aard, de omvang en de complexiteit van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner;
de beschikbaarheid en de praktische, lichamelijke en geestelijke mogelijkheden van de huisgenoot of de huisgenoten voor het ondersteunen van de inwoner bij diens zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving;
de mate waarin en de wijze waarop de inwoner voorafgaand aan de melding is ondersteund door diens huisgenoot of huisgenoten op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving;
overige relevante omstandigheden van de huisgenoot of huisgenoten van de inwoner die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de inwoner hulp te bieden op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving.
**5..** Wanneer er gebruikelijke hulp van een minderjarig kind wordt verwacht, wordt onderzoek gedaan naar het vermogen van dit kind. De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, waaronder schoolprestaties. Er wordt rekening gehouden met:
wat op een bepaalde leeftijd als bijdrage van een kind mag worden verwacht;
de ontwikkelingsfase van het specifieke kind;
het feitelijke vermogen van dit kind om een bijdrage te leveren.
**6..** In de volgende situaties wordt ervan uitgegaan dat er (tijdelijk) geen gebruikelijke hulp kan worden geboden:
als de huisgenoten overbelast zijn of dreigen te worden;
voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke hulp in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke hulp voor op die maatschappelijke activiteiten;
als de huisgenoten beperkingen hebben en de kennis en vaardigheden missen om gebruikelijke hulp uit te voeren en niet over het vermogen beschikken die vaardigheden aan te leren;
als de huisgenoten niet aanwezig kunnen zijn vanwege activiteiten elders met een verplichtend karakter;
als uit onderzoek blijkt dat huisgenoten zodanige gezondheidsproblemen hebben dat de betreffende taken niet in redelijkheid door hen uitgevoerd kunnen worden;
als er naar het oordeel van het college sprake is van bijzondere omstandigheden;
als de inwoner een zeer korte levensverwachting heeft.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.6
Beoordeling aanwezigheid Gebruikelijke hulp
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Medemblik 2025