Ouders of de meerderjarige handelingsbekwame leerling zijn verplicht informatie met betrekking tot wijzigingen in hun situatie die van invloed kunnen zijn op het recht op een toegekende vervoersvoorziening direct door te geven aan het college (artikel 26). Het college kan, zonder dat de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling iets hebben doorgegeven, zelf ook wijzigingen constateren die van invloed kunnen zijn op het recht op de vervoersvoorziening. Het college neemt op basis van deze doorgegeven of geconstateerde informatie een passend besluit.
Beëindigen
Als er naar het oordeel van het college uit informatie blijkt dat er (in de nabije toekomst) niet langer recht bestaat op de eerder toegekende vervoersvoorziening, dan besluit het college om het recht op deze voorziening te beëindigen. Er bestaat dan vanaf het moment van het besluit, of een in het besluit genoemde toekomstige datum, niet langer recht op de vervoersvoorziening.
Opschorten
Als er naar het oordeel van het college gegronde redenen zijn om te twijfelen of er nog wel recht op een toegekende vervoersvoorziening bestaat, kan het college de werking van het toekenningsbesluit door middel van een opschortingsbesluit tijdelijk opschorten. De vervoersvoorziening wordt dan tijdelijk niet verstrekt, in afwachting van verder onderzoek.
Herzien
Als er naar het oordeel van het college uit informatie blijkt dat er (voor een deel van de periode) geen recht bestond op de eerder toegekende vervoersvoorziening, maar wel op een andere vervoersvoorziening, dan besluit het college om het recht op de vervoersvoorziening te herzien en alsnog de correcte vervoersvoorziening (voor de correcte periode) toe te kennen.
Intrekken
Als er naar het oordeel van het college uit informatie blijkt dat er (voor een deel van de periode) in het geheel geen recht bestond op een eerder toegekende vervoersvoorziening, dan besluit het college het recht op de toegekende vervoersvoorziening (voor die periode) in te trekken.
Overig
Naast de hiervoor genoemde besluiten op basis van nieuwe informatie kan het college een leerling de toegang tot het aangepast vervoer tijdelijk of voor de rest van het schooljaar ontzeggen, indien bij herhaling is gebleken dat de leerling door onaangepast gedrag of anderszins de orde in het voertuig verstoort of de veiligheid van het voertuig of inzittenden in gevaar brengt. Dit kan ook aan de orde zijn indien de zorgvraag van de leerling dermate hoog is dat die niet van een reguliere chauffeur kan worden gevergd. Ook de weigering om de eigen bijdrage te betalen of nalatig zijn in de betaling kan een reden zijn dat de vervoersvoorziening wordt ingetrokken.
Tweede lid
Het college kan, zonder dat de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling iets hebben doorgegeven, zelf wijzigingen constateren die van invloed kunnen zijn op de vervoersvoorziening. Daarbij kan blijken dat ten onrechte een vergoeding is verstrekt. Het tweede lid biedt in dergelijke situaties een kapstok om de ten onrechte betaalde vergoeding terug te vorderen of in mindering te brengen bij een eventueel nieuw te verstrekken vergoeding (zie ABRvS 25 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:165).
Hoofdstuk 5.
Artikel 27.
Beëindiging, opschorting, herziening, intrekking en terugvordering van de vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Wierden 2025