Naar hoofdinhoud
1.. College wijst de standplaatszoekende een vrijgekomen standplaats toe volgens het puntensysteem en de voorrangsregels van artikel 5 en 6 en eventueel met inachtneming van de hardheidsclausule van artikel 7. De rangorde van de standplaatszoekende op de wachtlijst wordt gebaseerd op het aantal eenmalig toegekende en op enig moment totaal opgebouwde punten. De persoonlijke situatie van de standplaatszoekende kan een rol spelen indien college daar voldoende aanleiding voor zien, zoals nader bepaald in artikel 7 van deze verordening. 2.. Bij de toewijzing van een standplaats op een bestaande woonwagenlocatie geldt de volgende volgorde voor ingeschreven standplaatszoekenden (voorrangsregels): Kinderen of kleinkinderen die onafgebroken op de betreffende locatie bij hun (groot)ouders inwonen (conform BRP-inschrijving). Een terugkerend kind moet minimaal drie jaar weer inwonend zijn. Standplaatszoekenden die noodgedwongen bij een derde op dezelfde locatie verblijven; kinderen van de locatie die noodgedwongen in een reguliere woning wonen wegens gebrek aan standplaatsen; kinderen die wegens studie tijdelijk elders wonen. Indien a en b geen kandidaat opleveren: ingeschrevenen met een eerstegraads familieverband met overige bewoners, daarna tweedegraads, daarna andere familieleden. Indien a t/m c geen kandidaat opleveren: een woonwagenbewoner (conform afstammingsbeginsel) die aantoonbaar eerder op een woonwagenlocatie in Enkhuizen heeft gewoond. Indien a t/m d geen kandidaat opleveren: overige woonwagenbewoners (conform afstammingsbeginsel). Indien a t/m e geen kandidaat opleveren: overige standplaatszoekenden (conform afstammingsbeginsel). Indien a t/m f geen kandidaat opleveren: overige standplaatszoekenden die niet voldoen aan het afstammingsbeginsel. Bij gelijke kandidaten binnen de categorieën a t/m g heeft degene met de hoogste leeftijd voorrang. 3.. Bij toewijzing op nieuwe locaties krijgen de reeds in de gemeente gevestigde woonwagenbewoners voorrang. Zodra er een standplaats vrijkomt op een nieuwe locatie nadat deze in gebruik is genomen, worden de toewijzingsregels voor een bestaande woonwagenlocatie (zoals genoemd in lid 2 van dit artikel) toegepast. 4.. Toewijzing aan niet-woonwagenbewoners: Een standplaats wordt pas toegewezen aan een kandidaat die niet voldoet aan het afstammingsbeginsel als er geen kandidaten zijn die wel aan dit beginsel voldoen en interesse hebben. De bewoners die op dat moment op de overige standplaatsen wonen worden in de gelegenheid gesteld binnen 14 dagen een zienswijze in te dienen. 5.. Indien de huurder en zijn partner of medehuurder beiden zijn overleden en er is nog sprake van inwonend kind(eren) boven de 18 jaar, dan zal het huurcontract worden overgeschreven op het oudste nog inwonende kind. De huur zal echter opnieuw worden berekend conform de puntentelling en de daaraan gekoppelde huur conform de berekening van de Huurcommissie. 6.. Indien sprake is van een verplaatsing van een bestaande woonwagenlocatie naar een nieuwe woonwagenlocatie, hebben de bestaande bewoners die verplaatst worden, voorrang op de kandidaten die vanuit de wachtlijst een standplaats krijgen toegewezen. De bestaande bewoners die verplaatst worden hebben het eerste keuzerecht om een van de nieuwe standplaatsen te kiezen, de onderlinge voorrang geschiedt op basis van woonduur op de bestaande standplaats. Degene die het langst woont op de bestaande standplaats, en die verplaatst wordt, heeft het eerst keuzerecht op een van de nieuwe standplaatsen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel