De aanleg van een openbaar netwerk wordt standaard toegestaan in de openbare ruimte door de gemeente. De gemeente is op basis van de Telecommunicatiewet en de AVOI niet verplicht om ook de aanleg van niet-openbaar netwerk toe te staan. Voorbeelden van niet-openbare netwerken zijn warmtenetten en point-to-point (glasvezel)verbindingen.
In het algemeen gaat de gemeente terughoudend om met het geven van toestemming voor de aanleg van niet-openbare netwerken. Indien het gewenste netwerk ook gerealiseerd kan worden via een openbaar netwerk wat beheerd wordt door een bij wet aangewezen netbeheerder, heeft dit altijd de voorkeur. Als echter de aanleg van een niet-openbaar netwerk het algemeen belang dient en dit belang zwaarder weegt dan de nadelen, dan kan de gemeente beslissen hier aan mee te werken. Bijvoorbeeld ontwikkelingen rondom de energietransitie kunnen aanleiding zijn om de aanleg van niet-openbare netwerken toe te staan.
Voor het beoordelen van aanvragen voor de aanleg van niet-openbare netwerken heeft de gemeente een procedure opgesteld. De aanvraag hiervoor moet minstens twaalf weken voor aanvang van de gewenste werkzaamheden via een aanvraagformulier private kabels c.q. leidingen ingediend worden.
In afwijking van het bepaalde in het eerste tot en met derde lid, kan de gemeente eveneens toestemming verlenen voor de aanleg van een niet-openbaar netwerk, wanneer dit in bijzondere omstandigheden, in het algemeen (nationaal) belang, noodzakelijk blijkt te zijn.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.4.
Artikel 4.4.1
Algemeen
Onderdeel van Handboek kabels en leidingen Oosterhout