Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 12

Artikel 46

- Budgetoverhevelingen

Onderdeel van Financiële verordening Oudewater 2025

1.. Als in het begrotingsjaar (t) de geplande inspanningen niet (geheel) geleverd kunnen worden, dan kan het bijbehorende budget, mits goed in te schatten, overgaan naar een volgend begrotingsjaar (t+1)/volgende begrotingsjaren als is voldaan aan de volgende voorwaarden: Bij de najaarsrapportage (jaar t) is een toelichting gegeven op de genoemde situatie en zijn de daaraan gerelateerde bedragen genoemd en onderbouwd; Tegelijkertijd informeert het college de raad of de verwachte budgetuitputting in jaar t van het beleidsprogramma -inclusief de nog niet bestede budgetten- leidt tot een budgetoverschrijding op het programmasaldo conform artikel 6. De niet bestede budgetten, als gevolg van het niet realiseren van de geplande inspanningen, vallen vrij in het begrotingsjaar t; De raad besluit separaat bij de najaarsrapportage, doch uiterlijk voor 31 december van begrotingsjaar t of de in sub c genoemde vrijgevallen budgetten worden toegevoegd aan de ‘overhevelingsreserve’ en in jaar t+1 (of volgende jaren) onttrokken worden aan deze ‘overhevelingsreserve’; De overheveling is in de jaarrekening van het begrotingsjaar t verwerkt en de programmabegroting van het begrotingsjaar t+1 is op deze overheveling gewijzigd; Alleen voor inspanningen waarvoor incidentele budgetten beschikbaar zijn kunnen budgetbedragen worden overgeheveld. 2.. Als na de najaarsrapportage nieuwe over te hevelen budgetten zich voordoen, neemt de raad bij vaststelling van de jaarrekening een besluit over deze budgetten. De over te hevelen werkzaamheden komen, al dan niet in eerste instantie, ten laste van het budget van het begrotingsjaar t+1. 3.. Voor een door de raad vastgesteld meerjarig project/of cluster aan jaaroverstijgende activiteiten (met een projectbudget > € 100.000) vormt de raad eenmalig een bestemmingsreserve conform artikel 17. Hierbij stelt de raad tevens de verdeling van het projectbudget over meerdere begrotingsjaren vast, inclusief de voeding van de reserve over de jaren. Als in het begrotingsjaar t minder is uitgegeven dan in deze verdeling bepaald, is het college bevoegd om het restantbedrag uit begrotingsjaar t aan deze reserve te onttrekken en toe te voegen aan het budget voor begrotingsjaar t+1. Het college informeert de raad hierover in de najaarsrapportage van het begrotingsjaar t. Als in het begrotingsjaar t meer is uitgegeven dan in de verdeling is bepaald, wordt het voor het begrotingsjaar t+1 gereserveerde budget met dit verschil verminderd. 4.. Conform de P&C-cyclus (hoofdstuk 12) informeert het college de raad over de stand, dotaties en onttrekkingen aan de overhevelingsreserve zoals genoemd in lid 1 sub d en de bestemmingsreserves voor meerjarige activiteiten/projecten zoals genoemd in lid 3.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel