Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.7

Bepalingen bij hulpmiddelen

Onderdeel van Nadere regels Maatschappelijk Ondersteuning gemeente Medemblik 2025

1.. Als een inwoner beschikt over een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz) maar niet verblijft in een Wlz-instelling, beoordeelt het college of het gevraagde hulpmiddel valt onder de reikwijdte van de Wlz. Indien dit niet het geval is, kan het hulpmiddel worden verstrekt op grond van de Wmo 2015. 2.. Het college kan besluiten een hulpmiddel niet individueel aan de inwoner te verstrekken, maar in plaats daarvan aan de instelling waarin de inwoner verblijft, mits: het hulpmiddel doelmatig en doeltreffend door meerdere cliënten gebruikt kan worden; de inwoner daadwerkelijk toegang heeft tot het hulpmiddel; het gebruik van het hulpmiddel bijdraagt aan het zelfstandig functioneren van de inwoner in de woonomgeving. 3.. De beoordeling van de noodzaak van het hulpmiddel vindt plaats op basis van een individuele afweging van de omstandigheden van de inwoner. 4.. Het college wijst een aanvraag niet af op grond van het enkele feit dat de inwoner beschikt over een Wlz-indicatie. Er vindt altijd een inhoudelijke beoordeling plaats van de ondersteuningsbehoefte. 5.. Als er gezien de beperking van de betrokkene al een passende voorziening aanwezig is, kan het college volstaan met een beschikking voor een verstrekking van medegebruik.

Rechtspraak bij dit artikel