Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.4

Wie zijn betrokken?

Onderdeel van Leidraad inwonerbetrokkenheid Leusden

Onderzoek wie er iets van merkt Niet elke opgave heeft evenveel impact op verschillende groepen in de samenleving, daarom kijken we per onderwerp niet alleen naar de impact, maar ook naar wie er echt iets van merkt. Hoe groter de gevolgen zijn voor (groepen) inwoners, des te belangrijker het is om hen te betrekken. Zo kunnen beleidskeuzes over bijvoorbeeld minima, sporters of onderne- mers beter besproken worden met de groepen die het aangaat. Goed onderzoeken wie ge- volgen ondervindt maakt duidelijk: wanneer is brede inwonerbetrokkenheid nodig en wanneer is een gerichter gesprek effectiever? Specifieke groepen krijgen een eigen gesprek Een onderwerp met een grote impact betekent niet automatisch dat iedereen erbij betrokken moet worden. Soms is een gemeente-breed traject van inwonerbetrokkenheid nodig, maar vaak is het effectiever om specifieke groepen te betrekken. Een verandering in de jeugdzorg raakt bijvoorbeeld veel mensen, maar niet iedereen op dezelfde manier. Voor ouders, jongeren en zorgaanbieders kan dan gerichte inwonerbetrokkenheid waardevoller zijn dan een algemeen gemeente-gesprek. Wijkverenigingen De wijkverenigingen zien voor zichzelf drie kernfuncties bij inwonerbetrokkenheid: signaleren, initiëren en ondersteunen. Hun betrokkenheid verschilt per situatie, waarbij hun rol intensiever is bij buurt- en wijkgerelateerde kwesties. De wijkverenigingen kunnen helpen bij het bereiken en verbinden van bewoners, zonder formele verantwoordelijkheden. Maatschappelijke- en brancheorganisaties Deze organisaties worden betrokken bij thema’s die voor hun doelstellingen relevant zijn en kunnen worden gezien als kennispartners vanuit hun expertise op specifieke onderwerpen. En ze kunnen vanuit hun praktijkkennis meedenken over beleid.

Rechtspraak bij dit artikel