Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3:2

Bijzondere bepalingen

Onderdeel van SUBSIDIEREGELING JONGERENWERK LEIDSCHENDAM- VOORBURG 2026

Het college geeft uitvoering dan wel kan uitvoering (laten) geven aan voorzieningen als programma’s, pilots, proeftuinen en overige initiatieven, die inzet (kunnen) vragen van subsidieontvangers. Bij het uitvoeren van een activiteit uit hoofde van deze subsidieregeling wordt, mits deze geheel of deels plaatsvindt in een buurt, wijk of gebied waarin een voorziening zoals bedoeld in het eerste lid aanwezig is, verwacht dat: De subsidieontvanger aandacht heeft voor en, voor zover hier een beroep op wordt gedaan, een bijdrage levert aan de uitvoering van de voorziening (of activiteiten die hieruit voortkomen) zoals bedoeld in het eerste lid. Deze bijdrage bedraagt maximaal 5% (uitgedrukt in euro’s) van de voor 1 of meerdere activiteiten verleende subsidie zoals bedoeld in artikel 3:1. De subsidieontvanger een actieve bijdrage levert aan het signaleren van kansen en knelpunten die (mogelijk) effect hebben op de realisatie van de doelen en resultaten van de voorziening zoals bedoeld in het eerste lid. De bijdrage van de subsidieontvanger, zoals bedoeld onder a en b, vorm krijgt binnen de voor de voorziening geldende beleidskaders. In het geval dat de voor de voorziening benodigde inzet het maximum zoals omschreven in het tweede lid onder a overstijgt, gaat aan verdere inzet eerst overleg tussen de subsidieontvanger en het college vooraf. Het jongerenwerk wordt uitgevoerd op basis van de volgende uitgangspunten: Vraaggericht: Jongerenwerkorganisaties werken vraag- en niét aanbodgericht. Dit betekent dat de behoeften van jongeren centraal staan bij het opzetten en uitvoeren van activiteiten, met aandacht voor wat uitvoerbaar en doelgericht is. Integraal werken: Jongeren zijn onderdeel van een groter geheel. Het jongerenwerk is een van de schakels tussen de driehoek thuis, school/werk en vrije tijd. Bij het integraal werken is het volgende van belang; Leefgebieden: het jongerenwerk dient in te spelen op de diverse leefgebieden van jongeren. Leefgebieden verwijzen naar de verschillende domeinen die invloed hebben op het leven van jongeren, zoals school, gezin, vrienden, vrije tijd, gezondheid en online gedrag. Samenwerking: Jongerenwerkers werken niet alleen met jongeren in de wijk, maar trekken samen op met ouders, scholen, sportclubs, culturele instellingen, werkgevers en welzijnsorganisaties. Samen met deze partijen wordt er een pedagogisch klimaat geboden waarin jongeren kansen krijgen en beschermd worden tegen negatieve invloeden zoals criminaliteit. Levensfasegerichte ondersteuning: Het jongerenwerk biedt begeleiding tijdens overgangsmomenten, zoals de stap van school naar werk, of van 18- naar 18+. Zo blijven jongeren in beeld en krijgen ze de begeleiding die past bij hun ontwikkelingsfase. Multifunctionele accommodaties: Het jongerenwerk deelt voor de activiteiten de wijkaccommodaties met andere wijkbewoners. De verantwoordelijkheid voor het gebruik en beheer van de accommodatie wordt zoveel mogelijk bij de jongeren en andere wijkbewoners neergelegd. Jongeren doen mee/ talentontwikkeling: Het jongerenwerk ondersteunt jongeren in het ontdekken en ontwikkelen van hun eigen competenties en talenten. Dit wordt ook bereikt door jongeren de kans te geven om activiteiten te bedenken, organiseren, uitvoeren en evalueren. Het jongerenwerk helpt hen daarbij door te ondersteunen in de praktische zaken en randvoorwaarden. In de uitvoering van het jongerenwerk moet minimaal 75% van de inzet bestaan uit gekwalificeerde jongerenwerkers. Onder gekwalificeerd wordt verstaan dat de jongerenwerker is geregistreerd in het Register Kinder- en Jongerenwerkers. Dit waarborgt een professionele aanpak en de kwaliteit van de ondersteuning. Voor de overige 25% is ruimte voor de inzet van ‘anderen’, zoals vrijwilligers en ervaringsdeskundigen. Het inzetten van ‘anderen’ sluit aan bij het leidende principe ‘vergroten van de maatschappelijke kracht’ uit de Sociale Basis. De jongerenwerkorganisatie heeft ruime ervaring in het jongerenwerk en beschikt over aantoonbare expertise in het begeleiden en ondersteunen van jongeren. Zij is bekend met de lokale partijen, heeft goede kennis van de sociale kaart en/of toont aan op welke wijze zij deze bekendheid en kennis verwerft voor aanvang van de opdracht. De subsidiepartner handelt incidenten af volgens eigen protocollen en afspraken met eventuele inspecties. Incidenten worden gemeld bij de afdeling Veiligheid, Toezicht en Handhaving, team OOV van de gemeente . De subsidiepartner zorgt voor continuïteit in de uitvoering en garandeert een volledige bezetting van personeel, inclusief vervanging bij ziekte, verlof of uitdiensttreding. Alle medewerkers moeten beschikken over een geldige VOG (maximaal 1 jaar oud). Het jongerenwerk maakt gebruik van medewerkers met een diverse achtergrond, waardoor het beter aansluit bij de uiteenlopende culturele, sociale en persoonlijke achtergronden van de doelgroep. Subsidiepartner zet een mix tussen MBO en HBO geschoold personeel in. De jongerenwerkers werken cultuursensitief.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel