In aanvulling op artikel 20, derde lid onder a, van de Asv dient het inhoudelijk verslag dat aangeleverd wordt bij de aanvraag tot vaststelling, informatie te bevatten over:
De doelgroep, waaruit blijkt welke doelgroep is bereikt en waarbij een eventueel verschil met de beoogde doelgroep wordt toegelicht.
Het effect van de werkwijze van de jongerenorganisatie op de mentale gezondheid van jongeren, zoals blijkt uit jaarlijks door henzelf uitgevoerd kwalitatief onderzoek.
Het aantal jongeren en andere betrokkenen, zoals het netwerk van de jongere en melders van overlast en/ of omwonenden, dat bereikt is in het kader van het jongerenwerk dat zich richt op veiligheid.
Aantal doorverwijzingen en contacten naar en van ketenpartners rondom veiligheid.
Het aantal doorverwijzingen naar ketenpartners zoals WIJZ, met als doel voortzetten school en/ of behalen startkwalificatie.
Het aantal jongeren dat is ondersteund met de thema's scholing en werk en wat het resultaat van de ondersteuning was, bijvoorbeeld behaalde certificaten en/ of ontwikkelde vaardigheden zoals presentatie- of organisatievaardigheden.
Tenminste halfjaarlijks organiseren van een ‘evaluatie' gesprek over wat er leeft onder jongeren met stakeholders, zoals politie/school/lokale kamer/JGZ/ leerplicht enz. De opbrengst van het overleg wordt met de gemeente gedeeld en leidt zo nodig tot aanpassing van de opdracht.
Het aantal samenwerkingsverbanden bijvoorbeeld tussen zorg, onderwijs en welzijn en 18+ stakeholders, bijvoorbeeld met woningcorporaties, volwassenzorg of opleidingen en opbrengst van deze samenwerking voor doelgroep.
Het aantal gezamenlijk uitgevoerde initiatieven: en opbrengst van de activiteiten voor de doelgroep.
In geval van inzet van onderaannemers wordt jaarlijks, en zo nodig vaker, wat de inzet van de onderaannemer inhoudt, wat de resultaten waren en hoe is gestuurd op de kwaliteit van de inzet van onderaannemers.
Het jaarlijks uitvoeren van een kwaliteit/ tevredenheidsonderzoek over het geheel aanbod uitgezet bij jongeren, ouders en samenwerkingspartners. Het tevredenheidsonderzoek wordt tenminste afgenomen bij 40% van de jongeren en samenwerkingspartners en dient tenminste te gaan over: de ondersteuning, de mentale gezondheid en de samenwerking.
De subsidieontvanger beschikt over een actueel overzicht van overlast gevende (groepen) jongeren, die gedeeld wordt met veiligheidspartners en waar- periodiek, maar tenminste per kwartaal- een kwalitatieve analyse met de gemeente wordt gedeeld, zodat de gemeente tijdig kan inspelen op actuele ontwikkelingen.
De bepalingen uit het eerste en tweede lid gelden tevens voor subsidies van € 100.000 of meer zoals bedoeld in artikel 21 van de Asv. Daarnaast zijn de overige bepalingen zoals opgenomen in artikel 21 van de Asv onverminderd van toepassing.
Van bovenstaande leden kan worden afgeweken wanneer hier naar oordeel van het college dringende redenen voor zijn.
Hoofdstuk 6:
Artikel 6:1
Verantwoording
Onderdeel van SUBSIDIEREGELING JONGERENWERK LEIDSCHENDAM- VOORBURG 2026