Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

Draagkrachtbepalingen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Steenwijkerland

1.. De draagkracht wordt als volgt berekend: De draagkracht wordt op nihil gesteld als het inkomen niet meer bedraagt dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; De draagkracht wordt op 50% vastgesteld als het inkomen 110% tot 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm bedraagt; In afwijking van het bepaalde onder a en b geldt voor huishoudens met (een) ten laste komend(e) kind(eren) dat de draagkracht op nihil gesteld als het inkomen niet meer bedraagt dan 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. 2.. Met de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt bedoeld de norm zoals die is vermeld in paragraaf 3.2 van de Participatiewet. 3.. Onder inkomen wordt verstaan het totaal van het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet met uitzondering van: de vrijgelaten middelen als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid en 33, vijfde lid van de Participatiewet, voor zover van toepassing; de individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet; 4.. Voor personen ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling op grond van de WSNP of WGS of een daarmee gelijk te stellen regeling is uitgesproken of executoriaal beslag is gelegd geldt het volgende: De draagkracht wordt berekend over de middelen waarover de belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft; en bij de vaststelling van het vrij te laten bedrag geen rekening is gehouden met de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd. 5.. De hoogte van het inkomen wordt als volgt vastgesteld: bij vaste inkomsten wordt uitgegaan van de gegevens over de maand voorafgaand aan de maand waarin de kosten zich voordoen; bij wisselende inkomsten wordt uitgegaan van de gegevens over de drie maanden voorafgaand aan de maand waarin de kosten zich voordoen. 6.. In afwijking van lid 1 bedraagt de draagkracht 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm voor algemeen noodzakelijke kosten die zich incidenteel dan wel periodiek voordoen. 7.. De draagkracht uit vermogen bedraagt 100% van het in aanmerking te nemen vermogen. Tot het in aanmerking te nemen vermogen wordt niet gerekend: bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn (artikel 34 lid 2 onder a Participatiewet); een voertuig met een waarde tot € 6.850,00. Van een voertuig met een waarde van meer dan € 6.850,00 geldt alleen de waarde boven € 6.850,00 als vermogen. het vermogen gebonden in de eigen woning als bedoeld in artikel 34 lid 2 onderdeel d Participatiewet; het vermogen gebonden in de eigen woning blijft buiten beschouwing indien de te verlenen bijzondere bijstand op jaarbasis lager is of gelijk is aan € 500,- De hoogte van de vermogensvrijlating verschilt per kostensoort. Tot het in aanmerking te nemen vermogen wordt niet gerekend: voor algemeen noodzakelijke kosten die zich incidenteel dan wel periodiek voordoen: een bedrag ter hoogte van de bijstandsnorm, voor overige kostensoorten: het bij aanvang van de bijzondere bijstand aanwezige vermogen voor zover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens (artikel 34 lid 2 onder b Participatiewet).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel