Naar hoofdinhoud

Artikel 2:

Voorwaarden om een tijdelijke generatiewoning te realiseren op eigen erf:

Onderdeel van Beleidsregels tijdelijke generatiewoning op eigen erf

Een omgevingsvergunning voor het realiseren van één tijdelijke generatiewoning op eigen gebouwerf kan door de gemeente Schagen worden verleend onder de volgende voorwaarden: Het gebruik als tijdelijke generatiewoning is toegestaan in bestaande gebouwen, in gebouwen die op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Omgevingsplan Schagen vergunningsvrij kunnen worden gebouwd en in gebouwen die op basis van de bouwregels in het tijdelijk deel Omgevingsplan kunnen worden gebouwd. De tijdelijke generatiewoning heeft een minimale oppervlakte van 35m2 BVO en een maximale oppervlakte van 100 m2 BVO. De omgevingsvergunning voor het bewonen van een tijdelijke generatiewoning wordt verleend voor een periode van maximaal 10 jaar. Verlenging van deze termijn is mogelijk met telkens 5 jaar. De tijdelijke generatiewoning mag alleen worden gebruikt om in te wonen. Er zijn geen nevenactiviteiten of andere activiteiten toegestaan in directe relatie tot de tijdelijke generatiewoning. Verhuur van de tijdelijke generatiewoning is niet toegestaan. De tijdelijke generatiewoning wordt bewoond door maximaal 2 personen. Ten minste één bewoner van de tijdelijke generatiewoning heeft een 1e- of 2e-graads familierelatie met de bewoner(s) van de hoofdwoning op het gebouwerf. In afwijking van sub f geldt dat in geval van een tijdelijke generatiewoning voor een mantelzorgontvanger of -verlener er ook sprake mag zijn van een aantoonbare sociale relatie met de bewoner(s) van de hoofdwoning op het gebouwerf. De tijdelijke generatiewoning mag alleen op de begane grond worden gevestigd. De tijdelijke generatiewoning mag geen verblijfsgebied op een eventuele verdieping hebben of op het dak. Er moet worden voldaan aan wet en regelgeving, waaronder de bouwtechnische regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Ontsluiting naar de tijdelijke generatiewoning mag alleen via de bestaande ontsluiting van de hoofdwoning. De tijdelijke generatiewoning moet passen binnen het geldende parkeerbeleid. Het realiseren en gebruiken van de tijdelijke generatiewoning mag niet leiden tot een onevenredige verslechtering van het woon- en leefklimaat ter plaatse en van de gebruiksmogelijkheden van de belendende percelen. Bij het realiseren van de tijdelijke generatiewoning dient rekening gehouden te worden met de bereikbaarheid voor hulpdiensten. De tijdelijke generatiewoning krijgt een tijdelijk, eigen huisnummer en de inwoners schrijven zich in bij de BRP. Na het verstrijken van de termijn die is gesteld in de omgevingsvergunning of wanneer er geen sprake meer is van een huisvestingsituatie zoals bedoeld in deze beleidsregels, moet de tijdelijke generatiewoning worden verwijderd/dan wel in de oorspronkelijke staat worden teruggebracht binnen een termijn van 12 weken.

Rechtspraak bij dit artikel