Het mandaat en de machtiging omvatten het al dan niet verlenen, herzien, intrekken en beëindigen van voorzieningen in het kader van de Brede Ondersteuning op grond van in artikel 2.21 (WHT), daaronder begrepen alle bevoegdheden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het genoemd artikel.
Voor het verlenen, herzien, intrekken en beëindigen van voorzieningen bestaan volgende voorschriften:
De gemandateerden/gemachtigden zijn afzonderlijk bevoegd tot besluitvorming en ondertekening bij beschikkingen tot een waarde van €2.500 per plan van aanpak;
Bij beschikkingen met een waarde boven €2.500 tot maximaal €10.000 voert de gemandateerde/gemachtigde met een andere medewerker van het Sociaal Team, die specifiek belast is met de uitvoering van de Brede Ondersteuning, vooraf overleg volgens het vier-ogenprincipe en is een inhoudelijk akkoord op het plan van aanpak van de kwaliteitsmedewerker kinderopvangtoeslagaffaire (KOT) noodzakelijk, alsmede een financieel akkoord van de coördinator Sociaal Team.
Bij beschikkingen met een waarde boven €10.000 gelden de voorwaarden onder b. en is een akkoord op het plan van aanpak van de netwerkmanager/manager vereist.
De hierboven bedoelde overleggen en akkoorden worden schriftelijk vastgelegd.
Artikel 1.
De mandaatverlening
Onderdeel van Mandaat-en machtigingsbesluit artikel 2.21 Wet hersteloperatie toeslagen, brede ondersteuning 2025