Aangezien we voornamelijk aanvragen ontvangen voor woningen in buitengebied in een cluster of lint wordt er vanuit stedenbouw met name ingegaan op de mogelijk die de Provinsje Fryslân in de omgevingsvisie biedt om in het ‘lint of cluster’ een woning toe te voegen. Dit vraagt vooral maatwerk. Hierna wordt toegelicht hoe dit maatwerk wordt toegepast en afgewogen.
Het is van belang om eerst te analyseren wat er bedoeld wordt met de begrippen (bebouwings-) lint en (bebouwings-)cluster. De Omgevingsverordening omschrijft deze begrippen als volgt:
Bebouwingscluster: een vlakvormige verzameling van gebouwen, gesitueerd op meerdere bouwpercelen, bij een kruispunt van wegen of vaarwegen dan wel een kruispunt van weg en spoorweg in het landelijk gebied.
Bebouwingslint: een lijnvormige verzameling van gebouwen, gesitueerd op meerdere bouwpercelen, langs een weg of vaart in het landelijk gebied met geringe afstanden tussen de bouwpercelen.
We hebben het dan over bebouwingsconcentraties. Stedenbouwkundig gezien is een bebouwingsconcentratie een ruimtelijk en functioneel samenhangend ensemble van bebouwing dat op geringe afstand van elkaar staat. Er zijn drie soorten bebouwingsconcentraties:
'Kernrandzone': Een overgangszone van bestaand stedelijk gebied naar het buitengebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar met een toenemende menging van functies;
'Bebouwingscluster': Een vlakvormige verzameling van gebouwen in landelijk gebied;
'Bebouwingslint': Een min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg in landelijk gebied.
De clusters en linten in het buitengebied zijn vaak plekken waar het oorspronkelijke cultuurlandschap nog in hoge mate herkenbaar is. Door de toenemende druk op het landschap én op de kernen komen deze bebouwingsconcentraties steeds vaker onder druk staan. Tegelijkertijd worden de kernrandzones steeds belangrijker voor de leefbaarheid. Ze vormen belangrijke recreatieve uitlopers vanuit de kern, spelen een rol in het samenkomen van burgers en brengen voedselproductie dichtbij de mens. De kernrandzones bieden daarnaast nog meer kansen en mogelijkheden. Opgaven als meervoudig ruimtegebruik, flexibiliteit in snel veranderende omstandigheden, klimaatadaptatie, de energietransitie en het behoud van het waardevolle cultuurlandschap zijn centrale maatschappelijke thema’s die van toepassing zijn op de zones direct rondom de woonkernen. Daarbij is de ruimtelijke kwaliteit van groot belang.
Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van zogenaamde ‘kernrandzones’ een goede mogelijkheid kan zijn om antwoord te kunnen bieden op het woningbouwvraagstuk. Kwalitatief goed ontwikkelde ‘kernrandzones’ zijn kansrijke woonplekken en vormen, in tegenstelling tot een solitaire bouwwens in het buitengebied, en worden stedenbouwkundig, vaak niet gezien als storende woningbouw-incidenten.
Naast de algemene aanvullende richtlijnen, die zijn opgenomen in paragraaf 5.2 en 5.3, zijn er met betrekking tot linten en clusters een aantal aanvullende bepalingen opgenomen die specifiek zien op het toevoegen van een woning in een lint of cluster. Deze richtlijnen zijn opgenomen in paragraaf 5.1.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.1
Artikel 6.1.1
Nieuwbouw in of aansluitend op een lint of cluster
Onderdeel van Beleidsnotitie aanvullende kaders voor het toevoegen van incidentele woningen in het buitengebied van Tytsjerksteradiel