Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien:
Verzoeker niet of in onvoldoende mate heeft voldaan aan één of meerdere verplichtingen genoemd in artikel 6, eerste en tweede lid;
Verzoeker voor de tweede keer niet is verschenen op een afspraak zonder hierover vooraf te berichten;
Het minnelijke traject tot schuldregeling niet is geslaagd, omdat één of meerdere schuldeisers geen medewerking verlenen en de WSNP geen mogelijkheid is;
Er een WSNP-verklaring is afgegeven;
Er een aanbod schuldhulpverlening is gedaan op grond van gegevens die nadien onjuist blijken te zijn en, waren de gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen;
Verzoeker is komen te overlijden;
Verzoeker niet langer staat ingeschreven als inwoner en het schuldhulpverleningstraject zich nog in de indicatiefase bevindt of wanneer de schuldregeling inmiddels tot stand is gebracht.
Verzoeker zich misdraagt ten opzichte van medewerkers die belast zijn met de uitvoering van de schuldhulpverlening;
Verzoeker in staat wordt geacht om zelf zijn schulden te regelen;
j. De geboden hulp, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, niet (langer) passend is;
Verzoeker zich niet naar vermogen inspant om de onderliggende oorzaak van de schuldenproblematiek op te lossen;
Verzoeker zelf verzoekt om het traject schuldhulpverlening te beëindigen;
Het minnelijke traject tot schuldregeling is geslaagd en doorlopen.
Artikel 8
beëindigingsgronden
Onderdeel van Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Midden-Delfland 2025