Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 9.2

Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen en pgb’s

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Medemblik 2025

1.. Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het toezicht op de naleving van de rechtmatige uitvoering van de Wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van de Wet. 2.. Het college onderzoekt met inachtneming van de paragrafen 6a en 6b, van de Regeling Jeugdwet de rechtmatigheid en doelmatigheid van individuele voorzieningen. 3.. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan. 4.. Aanbieders verlenen alle medewerking aan de regionale toezichthouder, die hij redelijkerwijs kan vragen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. 5.. Aanbieders worden geacht binnen een redelijke termijn (uiterlijk binnen 6 weken) een gesprek in te plannen met de regionale toezichthouder indien hij/zij daarom verzoekt. 6.. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de door het college gecontracteerde aanbieders en aanbieders die via een pgb worden betaald. 7.. De regionale toezichthouder adviseert aan de colleges van de zeven Westfriese gemeenten, die gezamenlijk besluiten over vervolgacties. 8.. De regionale toezichthouder informeert de raad via een jaarverslag.

Rechtspraak bij dit artikel