Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Gebiedsontzegging

Onderdeel van Beleidsregels gebiedsontzegging Castricum 2025

1.. De gedragingen waarvoor een gebiedsontzegging kan worden opgelegd, zijn opgenomen in artikel 9. 2.. Voordat een gebiedsontzegging wordt opgelegd, ontvangt de betrokkene die zich voor de eerste keer schuldig heeft gemaakt aan een gedraging als genoemd in artikel 9, een schriftelijke waarschuwing. De waarschuwing wordt één keer gegeven. De waarschuwing en het bekendmaken daarvan worden door de politie en het team Toezicht & Handhaving vastgelegd in hun registratiesystemen. 3.. Het gebied waarvoor de waarschuwing of gebiedsontzegging geldt wordt bij de waarschuwing of het besluit aangegeven. 4.. Afhankelijk van de ernst van de in artikel 9 opgenomen feiten of de combinatie daarvan kan van een waarschuwing worden afgezien. 5.. In afwijking van het tweede lid kan de burgemeester bij agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak direct een gebiedsontzegging voor de duur van 12 weken opleggen. Onder agressie en geweld wordt verstaan: lichamelijke en verbale geweldplegingen, belaging, intimidatie of bedreiging gepleegd in of door omstandigheden die verband houden met het uitvoeren van de publieke taak (wel of niet door of gepaard gaande met beschadiging van goederen). Functionarissen met een publieke taak zijn onder andere politieambtenaren, ambulancepersoneel, brandweerpersoneel en medewerkers van gemeentelijke diensten. 6.. Als ten aanzien van de betrokkenen binnen één jaar na de waarschuwing voor de tweede maal een gedraging als bedoel in artikel 9 wordt geconstateerd, dan wordt een verbod als bedoeld in artikel 2:78, eerste lid, van de Apv opgelegd. Bij het overtreden van het verbod wordt een proces-verbaal op grond van artikel 2:78, tweede lid, opgemaakt in samenhang gelezen met artikel 6:1 van de Apv. 7.. De betrokkene die zich binnen 6 maanden na het opleggen van een gebiedsontzegging in hetzelfde gebied voor een volgende maal schuldig maakt aan een gedraging als genoemd in artikel 9 wordt, op grond van artikel 2, tweede lid, een verbod opgelegd als bedoeld in artikel 2:78, eerste lid, van de Apv. Bij het overtreden van het verbod wordt een proces-verbaal opgemaakt op grond van artikel 2:78, tweede lid, in samenhang gelezen met artikel 6:1 van de Algemene plaatselijke verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel