Overeenkomstig artikel 2.3.1 tweede lid van de Verordening draagt de activiteit bij aan één of meerdere van de volgende doelen:
bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen;
het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen.