Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 16

Beraadslaging

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

1. . De beraadslaging over elk aan de orde gesteld onderwerp vindt plaats in ten hoogste twee spreektermijnen, waarbij per fractie één lid dan wel verschillende leden het woord voert (voeren). Met uitzondering van de voorzitter voert niemand zonder toestemming van de raad in dezelfde termijn meer dan eenmaal het woord. De raad kan besluiten dat de beraadslaging in derde termijn wordt voortgezet. 2. . Op verzoek van een lid van de raad aan de voorzitter of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen zodat het college of de leden de gelegenheid hebben voor onderling overleg. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode is verstreken, tenzij om verlenging van de schorsing wordt gevraagd en die wordt toegekend. 3. . Na de sluiting van de beraadslaging wordt door de raad over het aan de orde gestelde onderwerp aan het eind van de vergadering gestemd, tenzij de raad besluit de stemming op een ander tijdstip te doen plaatsvinden. Stemming over een ingediende motie van wantrouwen vindt plaats direct na afronding van de termijn. 4. . Na afloop van de stemming geeft de voorzitter een lid de gelegenheid in het kort zijn stem te motiveren.

Rechtspraak bij dit artikel