Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 33

Interpellaties

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

1. . Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt uiterlijk tijdens het fractievoorzittersoverleg dat aan de betreffende raadsvergadering voorafgaat schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Onder een interpellatie wordt verstaan het recht van een raadslid om tijdens een vergadering over een niet-geagendeerd actueel belangwekkend geen uitstel van behandeling vergend onderwerp vragen aan het college of de burgemeester te stellen. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarop inlichtingen worden verlangd, de reden waarom behandeling van het onderwerp geen uitstel kan lijden evenals de te stellen vragen. 2. . De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de leden van het college. 3. . De interpellatie wordt in de in het eerste lid genoemde vergadering gehouden, tenzij de raad anders beslist. De voorzitter stelt de interpellant in de gelegenheid zijn vragen te stellen na behandeling van het agendapunt mondelinge vragen. 4 . De burgemeester of het college verstrekken de gevraagde inlichtingen direct of anders in de daarop volgende vergadering. 5. . Het spreken bij de interpellatie geschiedt in de volgorde: interpellant eerste termijn, college eerste termijn, interpellant tweede termijn, overige raadsleden, college tweede termijn. 6. . Een lid heeft het recht om in het kader van een interpellatie een motie in te dienen, als de beantwoording van het college daartoe aanleiding geeft. De voorzitter kan interrupties toestaan.

Rechtspraak bij dit artikel