Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 35

Initiatiefvoorstellen

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

1. . Een voorstel aan de raad, uitgaande van één of meer raadsleden, niet zijnde een ordevoorstel of een amendement, moet schriftelijk en door de voorsteller(s) ondertekend, worden ingediend bij de voorzitter, die hem op de agenda van de eerstvolgende vergadering plaatst. 2. . Een voorstel als bedoeld in het eerste lid moet een amendeerbaar voorstel bevatten. Indien dit niet het geval is, neemt de raad het voorstel voor kennisgeving aan. 3. . De raad bepaalt de datum van behandeling en stelt het college respectievelijk het presidium in de gelegenheid zijn mening over een initiatiefvoorstel uiterlijk drie maanden na het moment van datumbepaling schriftelijk aan de raad kenbaar te maken. 4. . Indien hij zich niet met het initiatiefvoorstel kan verenigen, kan het college respectievelijk het presidium de raad adviseren het voorstel niet te aanvaarden dan wel na wijziging te aanvaarden. 5. . Indien de indiener(s) het voorstel al dan niet naar aanleiding van het advies van het college respectievelijk het presidium wijzigt(wijzigen), doet(doen) hij(zij) daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter. Deze stelt vervolgens de raad in kennis van de wijzigingen. 6. . De voorzitter stelt het initiatiefvoorstel aan de orde op de door de raad vastgestelde datum. 7. . Het spreken bij de behandeling van het initiatiefvoorstel geschiedt in de volgorde: raad, college, indiener(s). Voorafgaand aan de behandeling mag de indiener een korte toelichting geven op het voorstel en na afloop van de behandeling een korte reflectie.

Rechtspraak bij dit artikel