Het college regelt dat jeugdhulp inzetbaar is als een huisarts, medisch specialist of jeugdarts een jeugdige doorverwijst naar een jeugdhulpaanbieder. De jeugdhulpaanbieder bepaalt of de jeugdhulp echt nodig is.
Het college kan het oordeel van de jeugdhulpaanbieder vastleggen in een beschikking aan de jeugdige. Als het college het oordeel van de jeugdhulpaanbieder betwist, kan zij dit ook vastleggen in een beschikking aan de jeugdige.
Als een huisarts, medisch specialist of jeugdarts een jeugdige of de ouder(s) doorverwijst naar een jeugdhulpaanbieder die geen contract met de gemeente heeft of subsidie van de gemeente krijgt, betaalt de gemeente deze hulp niet. Dit is anders als de jeugdige een pgb heeft of als de gemeente geen vergelijkbare jeugdhulp kan regelen via een jeugdhulpaanbieder met een contract of subsidie.
Het college kan alleen van het derde lid afwijken als het vooraf, schriftelijk akkoord geeft op basis van bijzondere redenen.
De jeugdhulpaanbieder moet zich bij het beoordelen van de hulpvraag houden aan de regels in deze verordening en de afspraken die hij met de gemeente heeft gemaakt over contracten of subsidies.
Het college overlegt met de huisartsen, de medisch specialisten, de jeugdartsen en de zorgverzekeraars over doorverwijzingen naar jeugdhulpaanbieders.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik