Het college bepaalt de tarieven voor jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering op basis van een goede prijs-kwaliteitverhouding. Het college hanteert daarbij ten minste de volgende kostprijselementen:
cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden kosten van beroepskrachten;
cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten;
overheadkosten;
kosten voor indexering; en
kosten verbonden aan bijzondere opdrachten die niet direct jeugdhulp zijn, maar daaraan gerelateerd (denk aan: innovatie, samenwerking, enzovoort).
Het college verplicht gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulp en
gecertificeerde instellingen om bij uitbesteding van taken aan derden een reële prijs te hanteren. Deze prijs moet gebaseerd zijn op de kostprijselementen uit het eerste lid.
Het eerste en tweede lid gelden voor subsidies alleen als deze direct bijdragen aan de verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering. Dit geldt als de omvang van de subsidie direct of indirect afhangt van de hoeveelheid verleende diensten.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.15
Prijs-kwaliteitverhouding bij jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik