Een budgethouder (of budgetbeheerder) moet aantonen dat hij een pgb op verantwoorde wijze kan beheren. Hij moet, eventueel met hulp van het sociaal netwerk of een budgetbeheerder:
de hulp- of ondersteuningsvraag duidelijk kunnen omschrijven;
de regels en verplichtingen van een pgb kennen of kunnen vinden;
een overzichtelijke pgb-administratie kunnen bijhouden;
voldoende Nederlands kunnen spreken en schrijven om te communiceren met de gemeente, de Sociale Verzekeringsbank en hulpverleners;
zelfstandig kunnen handelen en onafhankelijk een hulpverlener kunnen kiezen;
afspraken kunnen maken en vastleggen en hierover verantwoording afleggen aan het college;
beoordelen of de geleverde jeugdhulp passend en van goede kwaliteit is;
hulpverleners kunnen coördineren en vervanging regelen bij ziekte of verlof;
als werk- of opdrachtgever hulpverleners kunnen aansturen en aanspreken op hun functioneren;
kennis hebben van werk- of opdrachtgeverschap of weten waar zij deze informatie kunnen vinden.
Het college beschouwt iemand als niet pgb-vaardig als:
de persoon die de jeugdhulp levert, ook de pgb-administratie beheert, tenzij het college toestemming geeft of de hulpverlener familie is in de eerste of tweede graad;
sprake is van één van de volgende situaties:
schuldenproblematiek;
ernstige verslavingsproblematiek;
fraude in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag;
een verstandelijke beperking die zelfstandig beheer onmogelijk maakt;
een ernstig psychiatrisch ziektebeeld;
een blijvende cognitieve stoornis;
onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal;
geen Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kunnen verkrijgen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.8
Pgb-vaardigheid
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik