Om een goede balans te waarborgen tussen prijs en kwaliteit bij de levering van diensten door derden, zoals bedoeld in artikel 2.6.4 van de Wmo 2015, stelt het college:
Een vaste prijs vast die geldt bij aanbestedingen conform de Aanbestedingswet 2012 en
overeenkomsten met derden; of
Een reële ondergrensprijs, die dient als:
Minimale prijs bij inschrijvingen en overeenkomsten met derden.
Basis voor de vaste prijs, zoals genoemd onder a.
De prijzen worden door het college bepaald op basis van
Kwaliteitseisen voor de dienst, inclusief deskundigheidseisen voor beroepskrachten (conform artikel 2.1.3, tweede lid sub c Wmo 2015).
Continuïteit van hulpverlening, zodat de band tussen de hulpvrager en de hulpverlener wordt
gewaarborgd (conform artikel 2.6.5, tweede lid Wmo 2015).
Bij de vaststelling van tarieven voor door derden geleverde diensten houdt het college in ieder geval rekening met:
Loonkosten van beroepskrachten
Redelijke overheadkosten
Niet-productieve uren door verlof, ziekte, scholing en overleg
Reis- en opleidingskosten
Indexering van loon binnen een overeenkomst
Overige gemeentelijke vereisten, zoals rapportage- en administratieverplichtingen
Bij vaststelling van tarieven voor door derden geleverde voorzieningen houdt het college rekening met:
Marktprijzen van de voorziening
Eventuele extra taken van de leverancier, zoals:
Aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening
Instructie over het gebruik
Onderhoud van de voorziening
Deelname in verplichte samenwerkingsverbanden
Hoofdstuk 4
Artikel 4.11
Prijs-kwaliteitverhouding bij levering van diensten door derden
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik