Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1:

Artikel 1:

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bomenverordening 2025

1.. Ambitieleeftijd: de gewenste minimale eindleeftijd van een boom. Voor gemeentelijke bomen is dit 40 tot 60 jaar, voor bomen met een monumentale status is dit 80 jaar; 2.. BAL: Besluit activiteiten leefomgeving; 3.. Belanghebbenden: degenen wiens belang rechtstreeks bij een besluit omgevingsvergunning is betrokken en daarom bezwaar daarop mogen maken, te weten eenieder die woonachtig is binnen een straal van 100 meter vanaf de betreffende boom en/of die zicht heeft op de betreffende boom, of een belangenvereniging met een relevante, specifieke doelstelling; 4.. Beplanting: alle houtopstanden en overige al dan niet overblijvende gewassen, waaronder heesters, struiken, bloemen en planten; 5.. Beschermd dorpsgezicht: een samenhangende groep van objecten, gebouwen en monumenten met een cultuurhistorische waarde die als zodanig zijn aangeduid in het (tijdelijk) omgevingsplan en die behouden moet blijven. De bescherming is bedoeld om de cultuurhistorische kwaliteiten te behouden bij ruimtelijke ontwikkelingen of (her)inrichting van het gebied; 6.. Beschermwaardige boom: individuele boom die beschermwaardig is vanwege zijn leeftijd of stamdiameter, locatie, of die als gedenkboom is aangeplant en zodanig gemarkeerd is. Ook een boom die is geplant in het kader van herplantplicht na het vellen van een beschermwaardige boom wordt vanaf aanplant beschouwd als beschermwaardige boom; 7.. Bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag voor een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 8.. BKL: Besluit kwaliteit leefomgeving; 9.. Bomen Effect Analyse (BEA): een gestandaardiseerde beoordeling door een boomtechnisch deskundige, van de mogelijk nadelige effecten van een ruimtelijke ontwikkeling of (her)inrichting nabij bomen. Hierbij wordt de bestaande situatie van de bomen geanalyseerd en worden alle risico’s voor het te handhaven bomenbestand geïnventariseerd; 10.. Boom: een gewas met doorgaans een meervoudig of enkele, stevige, houtige en zich secundair verdikkende, overblijvende stam, die zich pas op zekere hoogte boven de grond vertakt tot een kroon; 11.. Boomsparende/mitigerende maatregelen: ‘verzachtende’ maatregelen die in stand te houden bomen beschermen tijdens de uitvoeringsfase van een ruimtelijke ontwikkeling of (her)inrichting; 12.. Boomstructuur: een lijn- of vlakvormige groep bomen die als eenheid te herkennen is, met bijvoorbeeld een ecologische, landschappelijke of historische functie; 13.. Boomtechnisch deskundige: een theoretisch en praktisch deskundige op het gebied van bomen, een gecertificeerd Boomveiligheidscontroleur, Data inspecteur bomen (DIB), European Tree Worker (ETW) of European Tree Technician (ETT). Het is een vakbekwame specialist met minimaal het certificaat Boomveiligheid van Groenkeur of een gelijkwaardige certificering; 14.. Boomvormers: nog kleine, jonge bomen, vaak ontsproten door natuurlijke verjonging, die uiteindelijk tot een volwassen boom kunnen uitgroeien; 15.. Boomwaarde: de financiële waarde die wordt toegekend aan een boom berekend volgens de methode beschreven in het vigerende bomenbeleid; 16.. Bosplantsoen: Een houtopstand welke zich bevindt op een door bevoegd gezag als bosplantsoen aangewezen locatie; 17.. College: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Huizen, in veel gevallen het bevoegd gezag; 18.. Cultuurhistorische waarde: aan een boom of een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik of de geschiedenis gekoppeld aan die boom of dat gebied; 19.. DIB: Het certificaat Data Inspecteur Bomen van het Norminstituut Bomen; 20.. Dunnen: het verwijderen van boomvormers uit een houtopstand als onderhoudsmaatregel, ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand, waarbij geen oppervlakte verloren gaat van de betreffende houtopstand. Dunnen is een beheersmaatregel en wordt niet onder het begrip ‘vellen’ geschaard; 21.. Bomenfonds: gemeentelijk fonds voor de financiële compensatie van bomen die met vergunning voor vellen zijn verwijderd en niet herplant kunnen worden, of onrechtmatig zonder vergunning zijn verwijderd en niet herplant kunnen worden, of onrechtmatig zijn verwijderd (beschadiging van andermans eigendom), en voor gemeentelijke bomen die conform beleid zijn verwijderd en niet herplant kunnen worden; 22.. Ecologische waarde: natuurwaarde, waarde door het bijdragen aan het behoud van fauna en flora; 23.. Groene waarde: Een van de groene waarden die aan bomen worden toegekend zoals omschreven in het vigerende bomenbeleid; 24.. Groene zones: het totaal van gebieden waarin de aanwezige bomen, als punt, vlak of lijn, vanwege de groene waarde voor de omgeving beschermwaardig zijn; 25.. Griend: bosvegetatie op moerasachtige ondergrond, vooral bestaand uit pollen waaruit boomvormers (wilg en els) kunnen groeien; 26.. Hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; 27.. Handboek Bomen: de meest recente versie van Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen; 28.. Houtopstand: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend; 29.. Kandelaberen: het voor de eerste maal afzetten van een bestaande, regulier uitgroeiende kroon, middels het ingrijpend innemen van de gesteltakken tot ‘takstompen’, met als doelstelling het ingrijpend reduceren (35-50%) van de bestaande kroonomvang; 30.. Kroonprojectie: De loodrechte projectie van de kroon op de bodem; 31.. Knotten: het periodiek terugzetten van de gehele kroon tot op de centrale knot, middels het verwijderen van opnieuw uitgelopen loten, twijgen en takken; 32.. Kappen: het geheel of grotendeels bovengronds verwijderen van een boom of houtopstand; 33.. Landschappelijke waarde: een zekere waarde die wordt ontleend aan een beeld dat de boom of boomstructuur biedt op grond van grootte en zichtbaarheid; 34.. Monumentale boom: Een boom die een leeftijd bereikt heeft van minimaal 80 jaar; 35.. Nazorg: het periodiek controleren van bomen in de eerste 3 jaar na aanplant op onder meer vochtbehoefte en zuurstofwaarden en eventueel andere essentieel te treffen maatregelen om de boom een gezonde start te geven. Wanneer een boom gedurende een nazorgperiode van 3 jaar niet of niet goed aanslaat, is betreffende plantplichtige verplicht de boom te vervangen voor dezelfde soort en plantmaat en gaat opnieuw een periode van 3 jaar nazorg in; 36.. Plantplichtige: Degene die volgens de regels in deze verordening een verplichting tot het planten van een boom of houtopstand is opgelegd of diens rechtsopvolger; 37.. QuickScan: een vooronderzoek wanneer ruimtelijke ontwikkeling of (her)inrichting gaat plaatsvinden, waarbij bomen betrokken zijn en wordt bepaald of de beoogde ontwikkelingen en daaraan gekoppelde activiteiten van invloed zijn op de in of bij het gebied aanwezige bomen; 38.. Ruimtelijke ontwikkeling: een ingreep in de inrichting van de fysieke leefomgeving; 39.. Taxateur: een gecertificeerd deskundige die schades aan bomen of boomgroepen uitdrukt in geld en officieel als zodanig geregistreerd staat bij een beroepsvereniging zoals de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen of in het Verenigd Register Taxateurs; 40.. Vellen: handelingen, zoals rooien, kappen, rigoureus snoeien (meer dan 25 procent van het kroonvolume) bijvoorbeeld voor de eerste keer knotten of kandelaberen of kandelaren van een boom of houtopstand, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging van de boom of houtopstand tot gevolg kunnen hebben.

Rechtspraak bij dit artikel