In aanvulling op de artikelen 59 tot en met 65 BBV wordt bepaald dat:
materiële vaste activa van minder dan € 10.000,= niet geactiveerd, maar eenmalig ten laste van de exploitatie gebracht;
materiële vaste activa afgeschreven volgens de annuïteitenmethodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage 1 bij deze verordening;
uitgegaan van een restwaarde van € 0,=;
de rekenrente voor de kapitaallasten van nieuwe investeringen wordt bepaald aan de hand van de uitgangspunten in de begroting. Bij geldleningen wordt de werkelijke rente toegepast;
de afschrijvingstermijn start in het jaar na de oplevering of ingebruikname van het actief; en
kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Artikel 14.
Waardering en afschrijving vaste activa
Onderdeel van Financiële verordening gemeente Asten 2025