Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 3.1

Definities

Onderdeel van Damoclesbeleid gemeente Heiloo 2025

In deze beleidsregel wordt verstaan onder: drugs: harddrugs en softdrugs; drugshandel: de verkoop, vervaardiging, aflevering of verstrekking van drugs in al zijn verschijningsvormen, dan wel het daartoe aanwezig zijn van drugs in een pand of op de daarbij behorende erven; handelshoeveelheid: een hoeveelheid drugs waarvan in beginsel, behoudens tegenbewijs, aannemelijk is dat de drugs bestemd zijn voor de verkoop, aflevering of verstrekking. Bij het bepalen van deze hoeveelheden wordt aangesloten bij het bepaalde in de ‘Aanwijzing Opiumwet’ van het Openbaar Ministerie: 8 Aanwijzing Opiumwet van het college van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie d.d. 27-02-2015 van kracht (st getreden per 27 februari 2015; Staatscourant 2015, 5391). onder een handelshoeveelheid softdrugs wordt verstaan een hoeveelheid van meer dan 5 gram van een middel opgenomen in lijst II behorend bij de Opiumwet9 Bij paddo’s wordt een onderscheid gemaakt tussen verse en gedroogde paddo’s, waarbij een hoeveelheid van meer dan 5 gram verse dan wel niet gedroogde paddo’s en een hoeveelheid van meer dan 0,5 gedroogde paddo’s als een handelshoeveelheid wordt aangemerkt. Onder softdrugs (lijst II) valt sinds 1 januari 2023 ook lachgas. of een hoeveelheid van meer dan 5 hennepplanten, of een hoeveelheid van meer dan 10 lachgasampullen (= beroeps- of bedrijfsmatig handelen); onder een handelshoeveelheid harddrugs wordt verstaan een hoeveelheid van meer dan 0,5 gram 10 Een gebruikershoeveelheid van maximaal 0,5 gram komt overeen met één bolletje, één ampul, één wikkel of één pil/tablet. van een middel opgenomen in lijst I behorend bij de Opiumwet of een consumptie-eenheid van meer dan 5 ml GHB; harddrugs: een middel opgenomen in lijst I van de Opiumwet; hennep: elk deel van de plant van het geslacht Cannabis (hennep), waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden. Een hennepstek wordt aangemerkt als een individuele hennepplant; lachgas: distikstofmonoxide (N20), als bedoeld in lijst II van de Opiumwet; lokaal: zowel voor publiek toegankelijke als niet voor publiek toegankelijke lokalen; publiek toegankelijke lokalen: een besloten ruimte, met inbegrip van een daarbij behorend erf, die – al dan niet met enige beperking – voor het publiek toegankelijk is. Voorbeelden van voor publiek toegankelijke lokalen zijn winkels horecabedrijven zoals hotels, restaurants, pensions, cafés, cafetaria, snackbars en discotheken, buurthuizen of clubhuizen. Onder een voor publiek opengesteld lokaal wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden; Niet voor het publiek toegankelijke lokalen: een besloten ruimte, met inbegrip van een daarbij behorend erf, die niet voor het publiek toegankelijk is, niet zijnde een woning. Een voor bewoning bestemde ruimte die niet wordt gebruikt als woning kan als lokaal worden aangemerkt. Voorbeelden zijn loodsen, schuren en bedrijfsruimten; pand: woningen en al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen met bijbehorende erven, niet zijnde gedoogde verkooppunten voor softdrugs (coffeeshops). Ook (woon)wagens, -schepen en -keten kunnen vallen onder het begrip pand; productielocatie: verwijst naar een fysieke plek waar drugs wordt vervaardigd, bewerkt of samengesteld; softdrugs: een middel opgenomen in lijst II van de Opiumwet; strafbare voorbereidingshandelingen: het in een pand voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3° of artikel 11a van de Opiumwet. woning: Een woning is een pand dat in hoofdzaak dient tot woning dan wel dienstbaar is aan wonen. Hieronder valt zowel een koopwoning als een huurwoning, maar ook stacaravans, woonwagens en woonschepen. Daarnaast vallen gebouwen zoals bergingen, garages, schuren en stallen, welke op hetzelfde perceel als de woning zelf staan of aan de woning toebehoren ook onder woning. Het is de plaats waar een persoon zijn private huishouden leidt. Dit kan ook in een kraakpand, caravan, etc. Of sprake is van een woning wordt niet zonder meer door uiterlijke kenmerken zoals de bouw en aanwezigheid van een bed en ander huisraad bepaald, maar ook door de daadwerkelijk daaraan gegeven bestemming. Een tijdelijke afwezigheid van de bewoner leidt er niet toe dat de ruimte het karakter van woning verliest. Een persoon die incidenteel overnacht in een woning wordt niet aangemerkt als bewoner. Een inschrijving in de Basisregistratie Personen is een indicatie voor bewoning maar hoeft niet doorslaggevend te zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel