De burgemeester treedt streng op tegen de illegale handel in drugs. Dit doet hij vanuit het oogpunt van de openbare orde en veiligheid, het beschermen van het woon- en leefklimaat en de volksgezondheid. Het voorkomen en bestrijden van de negatieve effecten van drugshandel blijft ook de komende jaren van groot belang. De acht gemeenten van district De Markiezaten hebben gezamenlijk een integraal veiligheidsplan opgesteld. Het aanpakken van de georganiseerde criminaliteit is één van de strategische opgaven waar wij ons voor inzetten. Een stevige integrale aanpak maakt hier onderdeel van uit. Een zo veel als mogelijk gelijk Damoclesbeleid en het consequent uitvoeren van dit beleid vormt de basis.
In artikel 13b Opiumwet is voor de burgemeester een juridisch instrument opgenomen om op te treden tegen deze misstanden. In deze beleidsregel staat omschreven op welke manier door de burgemeester gebruik wordt gemaakt van zijn bevoegdheid. Een strikte handhaving is noodzakelijk om overlast en andere negatieve verschijnselen tegen te gaan. Deze aanpak is niet nieuw. Binnen de acht gemeenten van district De Markiezaten bleek echter dat gemeenten op uiteenlopende wijze invulling geven aan de bevoegdheid. Daarnaast is vanaf 1 januari 2019 artikel 13b Opiumwet gewijzigd. Daarom is het Damoclesbeleid binnen de acht gemeenten geactualiseerd. Omdat georganiseerde criminaliteit niet stopt bij de gemeentegrenzen is getracht zoveel mogelijk districtelijke eenheid te creëren om een waterbedeffect tegen te gaan. Tot slot creëren de burgemeesters duidelijkheid voor overtreders, handhavingspartners en overige betrokkenen met deze beleidslijn. Met deze beleidslijn wordt beoogd:
• Te voorkomen en beheersen van de negatieve effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden;
• Illegale handel te beëindigen en beëindigd te houden;
• Bekendheid weg te nemen van het pand waarin de handel plaatsvindt;
• De loop naar het pand te doorbreken;
• De aangiftebereidheid/signaalfunctie van de burgers te stimuleren.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.11