Handel, productie, teelt en andere illegale activiteiten rondom zowel hard- als softdrugs, hebben een sterk ondermijnend karakter en een potentieel ontwrichtend effect op de samenleving. De handel en productie van drugs vormt een ernstig gevaar voor de aantasting van de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid. Het woon- en leefklimaat en de sociale en/of fysieke veiligheid van burgers worden erdoor aangetast, onder meer door het aantrekken van criminaliteit en risico’s op geweldpleging. Het is belangrijk dat de overheid zichtbaar optreedt tegen diegene(n) die verantwoordelijk zijn voor de productie en/of handel in verdovende middelen. Naast strafrechtelijke sancties kunnen er dan ook bestuursrechtelijke maatregelen worden ingezet om de drugshandel en overlast die hier op volgt te beëindigen dan wel te voorkomen.
Op grond van artikel 13b van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd om een last onder bestuursdwang op te leggen als in woningen, lokalen of daarbij behorende erven drugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Artikel 13b van de Opiumwet is het juridisch instrument om bestuursrechtelijk op te treden tegen drugshandel vanuit een pand en/of (het voorbereiden van) de productie van drugs.
Bij het aantreffen van een productielocatie van drugs, een handelshoeveelheid hard- en/of softdrugs of voorbereidingshandelingen voor de productie van drugs in een pand kan de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet verschillende maatregelen opleggen. De burgemeester kan een pand sluiten, maar hij kan ook een minder zware maategel opleggen zoals een last onder dwangsom of een waarschuwing geven.
Artikel 13b van de Opiumwet is een bevoegdheid. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) zag in 2019 aanleiding om het toetsingskader voor sluitingen weer te geven in een overzichtsuitspraak. 1 ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912. In een drietal uitspraken van 6 juli 2022 heeft de Afdeling de kaders voor het vaststellen van de noodzaak van een sluiting nader geconcretiseerd, zie ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1910, ECLI:NL:RVS:2022:1911 en ECLI:NL:RVS:2022:1913. Daarmee is meer duidelijkheid gegeven aan de manier waarop sluitingen worden getoetst, maar volgt ook dat de burgemeester in zijn beoordeling rekening dient te houden met alle omstandigheden van het geval.
Uit deze uitspraak volgt dat in de eerste plaats aan de hand van de ernst en de omvang van de overtreding de noodzaak van de sluiting moet worden beoordeeld. Als sluiting in beginsel noodzakelijk is, moet worden beoordeeld of de sluiting evenredig is. Het sluiten van een pand kan immers verstrekkende gevolgen hebben, met name voor bewoners, die mogelijk niet in verhouding staan tot de doelen in het beleid. Per casus dient maatwerk te worden geleverd.
Een belang waaraan in dit verband zwaarwegend gewicht toekomt, is het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, dat is vastgelegd in artikel 8 van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). Dit recht komt in beeld indien de bevoegdheid wordt toegepast op woningen.
Op 2 februari 2022 deed de Afdeling opnieuw een belangrijke uitspraak2 ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285. waarin de evenredigheidstoets nader is geconcretiseerd. In de betreffende uitspraak heeft de Afdeling overwogen dat – kort gezegd – een besluit dat strekt tot uitoefening van de bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet, per geval moet voldoen aan het evenredigheidsbeginsel dat is beschreven in artikel 3:4, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en dat wordt beoordeeld aan de hand van – voor zover relevant – de volgende stappen:
Is het besluit geschikt om het doel te bereiken? Die geschiktheidstoets houdt een effectiviteitstoets en een coherentietoets in;
Is het besluit noodzakelijk om het doel te bereiken? Is een keuze mogelijk tussen meer geschikte maatregelen, dan moet op basis van deze toets die maatregel worden gekozen die de belanghebbenden het minst belast;
Is de maatregel evenwichtig (evenredigheid stricto sensu)? Is de op zichzelf geschikte en noodzakelijke maatregel in de gegeven omstandigheden niet onredelijk bezwarend voor de belanghebbende?
De burgemeester dient meer maatwerk te leveren en alle betrokken belangen nadrukkelijk en inzichtelijk tegen elkaar af te wegen. De voor één of meer belanghebbende(n) nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Daarmee bevestigt de hoogste bestuursrechter de tendens dat zij steeds nadrukkelijker aan het evenredigheidsbeginsel toetst. Daarnaast is per 1 januari 2023 het lachgasverbod van kracht. Deze ontwikkelingen zijn aanleiding tot de huidige actualisatie van het Damoclesbeleid.